Welkom op mijn weblog waar kind en opvoeder centraal staan. Hier vind je informatie en tips op het gebied van opvoeding en kinderopvang, verhalen en informatie over de dagelijkse praktijk van de pedagogisch medewerker, nieuwtjes, grappige kinderuitspraken en anekdotes en heel veel beeldmateriaal van activiteiten en uitstapjes. Op deze manier probeer ik mijn beroep in beeld te brengen, andere opvoeders te inspireren en zelf actief bezig te zijn met mijn passie voor pedagogiek. Zelf ben ik vakvolwassen pedagogisch medewerker op de BSO. Veel lees- en kijkplezier en laat gerust een berichtje achter!


- Wendy Hoogeveen


woensdag 25 mei 2011

Peuteronderwijs

Een landelijke proef waarbij peuters vanaf tweeënhalf jaar met een leerachterstand zich kunnen ontwikkelen op een basisschool, begint komende zomer. Doel van de proef is de prestaties van jonge leerlingen met een (taal)achterstand vroegtijdig en spelenderwijs te verbeteren. Zo kunnen deze 'startgroepkinderen' alsnog een vliegende start maken op het moment dat ze 'echt' naar de basisschool gaan.
De pilots voor peuteronderwijs zullen plaatsvinden op de groep op het kinderdagverblijf / de peuterspeelzaal. Minister Van Bijsterveldt van Onderwijs vindt het slepen van peuters van school naar de opvang en weer terug niet wenselijk. Dit zegt zij in haar beantwoording op een brief van kinderopvangorganisatie MIK uit Maastricht.
Het project peuteronderwijs dat op 30 pilotlocaties van start gaat, valt onder de verantwoordelijkheid van het schoolbestuur. Dat betekent dat de kinderopvang het project faciliteert, maar niet de inhoudelijke verantwoording draagt. Voor de pilots wordt naast een beroepskracht voorschoolse educatie (mbo-3 niveau) een begeleider voorschoolse educatie aan het team toegevoegd die hbo-geschoold is en de bevoegdheid heeft om als leerkracht te functioneren. Kinderopvangorganisatie MIK had per brief zorgen geuit over de pilot voor peuters. Ze vroeg zich af of het peuteronderwijs de huidige samenwerking tussen kinderopvang en onderwijs niet teveel doorkruist. Volgens minister Van Bijsterveldt bouwt de pilot juist voort op een gezamenlijke visie van kinderopvangorganisaties, peuterspeelzalen en scholen.
De effecten van de startgroepen voor peuters zullen worden onderzocht en worden afgezet tegen de resultaten van peuters die een vve-programma volgen op het kinderdagverblijf/de peuterspeelzaal die niet aan de pilot meedoen. Er is per jaar 2 miljoen euro beschikbaar om aan deze pilot te werken. Alleen schoolbesturen kunnen een aanvraag indienen om aan de pilot mee te doen. In totaal gaan er 30 pilots van start. Drie van de pilots vinden in ieder geval plaats in de krimpregio's waaronder Parkstad Limburg. In de startgroep worden minimaal vijf dagdelen van 2,5 uur per week, of 12,5 uur per week voorschoolse educatie aangeboden.

maandag 23 mei 2011

Flow Learning

Tijdens de opleiding hebben we het in het kader van Reggio Emilia gehad over ‘Flow’. Klinkt leuk, maar wat is dat nu eigenlijk?

De pm’er gebruikt de natuurlijke nieuwsgierigheid van kinderen om ze uit te dagen tot het aangaan van diverse leeractiviteiten. De creatieve ‘flow’ die hieruit ontstaat wordt in Reggio Emilia gezien als een proces waar ieder mens in principe het vermogen toe heeft. Als een activiteit uitdagingen biedt die goed aansluiten op de capaciteiten van het kind (zone van naaste ontwikkeling, Vygotski) en passen bij de interesse van dit kind, kan het in een gelukzalige staat van flow raken waarin hij zichzelf even vergeet maar tegelijkertijd innerlijk groeit (Csikszentmihalyi).

Er bestaat ook zoiets als ‘Flow Learning’. Dit concept is bedacht door Joseph Cornell (Sharing Nature) en biedt een eenvoudige, gestructureerde manier om kinderen te begeleiden in het ervaren van natuur. Door speelse activiteiten worden natuurlijke nieuwsgierigheid en enthousiasme van kinderen gewekt. Leren wordt leuk, dynamisch en een directe ervaring.
Omdat we op de BSO bezig zijn met het thema ‘Puur natuur’ ben ik me hier eens in gaan verdiepen.

 

‘Flow Learning’ is gebaseerd op de universele principes van hoe mensen leren. De vier stadia van Flow Learning zijn:

Enthousiasme aanwakkeren en nieuwsgierigheid prikkelen
Kinderen leren makkelijk wanneer het onderwerp betekenisvol, bruikbaar of leuk is. Dit betekent dat hun persoonlijke interesse gewekt wordt, dat het hen persoonlijk aanspreekt. Hieruit vloeit vanzelf meer nieuwsgierigheid voort en vanuit deze energie kunnen kinderen hun aandacht gemakkelijk op een volgende (gerelateerde) ervaring richten.

Voordelen:
-         creëert een sfeer van enthousiasme
-         gaat uit van speelplezier
-         een dynamisch begin stimuleert kinderen mee te doen
-         ontwikkelt alertheid, gaat passiviteit tegen
-         vangt de aandacht van kinderen
-         creëert een positieve groepsdynamiek
-         biedt richting en structuur
-         biedt een uitlaatklep aan (teveel) energie
-         bereidt voor op latere activiteiten waarbij meer focus en opmerkzaamheid nodig is

Gerichte aandacht
Zonder concentratie kan een kind moeilijk leren. In dit stadium worden de kinderen uitgedaagd op leuke en creatieve manieren. Om deze uitdagingen aan te gaan, moeten de kinderen focussen via een bepaald zintuig. Op die manier worden kinderen rustig, alert en staan ze open voor de natuurlijke omgeving.

Voordelen:
-         vergroot de aandachtsspanne
-         vergroot het waarnemingsvermogen
-         geeft verdieping aan het bewustzijn
-         versterkt het enthousiasme dat in stadium 1 is ontstaan
-         ontwikkelt ontvankelijkheid voor natuurervaringen

Directe ervaring
Zodra de interesse gewekt is en de aandacht op een bepaald punt is gericht, zijn de kinderen klaar om de natuur écht te beleven. Ze nemen aspecten van de natuur in zich op door te experimenteren en te observeren. Wil een kind iets leren over de natuur en hier respect voor ontwikkelen, dan zal het de natuur moeten ervaren, er contact mee maken, zich erop richten via al zijn zintuigen. Zo komt de opgedane kennis heel dicht bij het kind zelf en zal het hem veel meer raken dan wanneer hij er bijvoorbeeld iets over leest in een boek. De nadruk ligt in dit stadium op individuele ervaringen.

Voordelen:
-         kinderen leren het best wanneer ze zelf iets ontdekken (directe leerervaringen door experimenteren en observeren)
-         stimuleert verwondering
-         stimuleert het intuïtieve weten deel uit te maken van de natuur
-         zet aan tot empathie en liefde voor de natuurlijke omgeving
-         opent het hart voor ervaringsgerichte leermomenten

Ervaringen delen
De kinderen reflecteren samen op wat ze beleefd en geleerd hebben. Door hier de tijd voor te nemen, kunnen de ervaring en opgedane kennis echt bij de kinderen binnenkomen. De ervaring kan hierdoor nog meer betekenis en diepgang krijgen. Er kan verteld worden, een dagboekje kan bijgewerkt worden, er kunnen tekeningen gemaakt worden en verzamelde objecten kunnen getoond worden. Goethe heeft bovendien gezegd: “a joy shared is a joy doubled”. Door een kind de mogelijkheid te geven zijn ervaringen te delen, verrijk je de kennis en beleving van de hele groep. De eigen ervaringen staan centraal en van hieruit kunnen nieuwe ideeën en activiteiten ontstaan.

Voordelen:
-         verheldert en versterkt persoonlijke ervaringen
-         draagt bij aan een positieve stemming
-         introduceert inspirerende rolmodellen
-         draagt bij aan het wij-gevoel
-         vormt feedback voor de begeleider
-         draagt bij aan luistervaardigheid

“Flow Learning takes us beyond the intellect, and into the heart where true understanding and appreciation can take place.”
- Michael Smithson, Chief of Resource Education, Olympic National Park

Op zoek naar natuur

Je hoeft niet persé naar een bos of park om de natuur te ontdekken. De natuur is dichterbij dan je denkt! Scharrelkids heeft een handige checklist ontworpen die je mee kunt nemen als je bij jou in de buurt gaat wandelen. Moet je eens zien wat je allemaal tegenkomt! Er staan ook tips op voor leuke activiteiten onderweg.

De checklist vind je hier: checklist natuur voor kids

Kom je onderweg toch een bos of park tegen? Dan kun je ook nog:
- picknicken
- boom klimmen
- dierensporen zoeken
- struinen, jutten, verzamelen
- boompje verwisselen
- eenden lokken met een eendenfluitje (als er een vijver of sloot in de buurt is)
- een geheime hut maken in de struiken
- een blote-voeten-route lopen (wel even checken of het veilig is!)
- een stiltewandeling maken waarbij kids mooie dingen aan elkaar aanwijzen maar niet met elkaar praten (dat doen we naderhand in een kring)
- kettingen maken van madeliefjes, boterbloemen, etc

Meer info/inspiratie?
www.scharrelkids.nl
www.sharingnature.nl
www.sharingnature.com
www.earthgames.nl

Hij is er!!

Na lang wachten is hij dan eindelijk klaar: het pedagogisch kader voor de BSO! De onofficiële versie ligt al een tijdje (gelezen en wel) op mijn bureau en daar was ik al enthousiast over. Maar een écht boek is natuurlijk wel het allermooist. Ik zou bijna zeggen: eindelijk gerechtigheid! 

De BSO is een volwaardige opvangvorm maar toch heb ik vaak het gevoel dat ze minder serieus genomen wordt dan het KDV. De pm'er wordt door buitenstaanders (en zelfs door ouders) niet zelden gezien als een soort 'veredelde oppas'. Ook merk ik dat bijvoorbeeld docenten in het basisonderwijs nog al eens met een wat neerbuigende houding tegenover ons staan. Ik ben absoluut trots op mijn beroep maar toch maken deze dingen me soms onzeker. Volgens mij is dit boek een prima tool om het zelfvertrouwen van de pm'er in de BSO wat op te vijzelen. Daarnaast biedt het natuurlijk een schat aan praktische en inspirerende informatie. Ik hoop dan ook van harte dat iedereen hem zal gaan lezen!


Pedagogisch medewerkers in de buitenschoolse opvang spelen een belangrijke rol in het leven van de kinderen die gebruikmaken van de opvang. De medewerkers vormen een voorbeeld, vraagbaak en veilige haven na een drukke schooldag. Het 'Pedagogisch kader kindercentra 4-13' jaar biedt pedagogisch medewerkers een overzicht van alle kenmerken van goede en leuke buitenschoolse opvang (BSO). Het Nederlands Jeugdinstituut schreef het pedagogisch kader samen met het Kohnstamm Instituut Amsterdam, in opdracht van Stichting Bureau Kwaliteit Kinderopvang (BKK).
Het pedagogisch kader bestaat uit vier onderdelen:

  • Pedagogische kennis: wat hebben kinderen nodig?
  • Pedagogische doelen: wat willen we bereiken?
  • Pedagogische middelen: wat doen we in de buitenschoolse opvang?
  • Profielen: wat doen we in de thematische buitenschoolse opvang?
De eerste twee delen van het boek zijn theoretisch van aard. De praktijkgedeelten 3 en 4 bevatten informatie over de uitvoering.

‘Dit gedegen vervolg op het Pedagogisch kader kindercentra 0-4 jaar beschrijft op overtuigende wijze de eigen pedagogische positie van de BSO naast gezin en school. Het is een inspirerend houvast voor de pedagogisch medewerkers.’
- Tineke Linssen  (Voorzitter Landelijk Pedagogenplatform Kindercentra)
 ‘Met het verschijnen van het Pedagogisch kader kindercentra 4-13 jaar wordt recht gedaan aan het belangrijke werk van de professionele medewerkers in de BSO.
- Louis Tavecchio, hoogleraar kinderopvang Universiteit van Amsterdam

vrijdag 20 mei 2011

Pratsj!

Tijdens het zoeken naar insecten werd er volop gegraven. Eén van de kinderen had bedacht dat de bodembeestjes naar boven zouden komen als je water op de grond zou gieten. Deze hypothese werd beproefd maar helaas: geen beestjes. Wat er wel ontstond was een kleine modderpoel en dat was ook wel erg interessant. Er ontstond spontaan een nieuwe activiteit: lekker 'pratsjen'!


 







Mierplezier

Het maken van een mierenhuis was een groot succes. Het lijkt wel of kinderen geen genoeg kunnen krijgen van het zoeken naar en bekijken van kriebeldiertjes. Vooral de jongste bso-kinderen zijn superenthousiast. Hoe gaan we dat huis dan maken? Waar halen we de mieren vandaan? Kunnen ze wel ademhalen in het huis? En wat nou als ze geen jam lusten?

Eerst zand in het potje en dan jam erbij.

Dan gaan we op mierenjacht.

De mieren gaan in de pot. Dat is nog best lastig want mieren kunnen snel lopen en sommige rennen weg voordat ze in de pot belanden. Uiteindelijk hebben ze een stuk of 30 mieren gevangen. Zodra de kinderen zien hoe blij de mieren zich op de jam storten, vinden ze het niet zielig. In de deksel prikken we kleine luchtgaatjes. Aan het eind van de dag hebben we de pot in het donker gezet en nu is het afwachten. Hopelijk graven ze een mooi gangenstelsel!

donderdag 19 mei 2011

Pret met een pissebed

"Ik heb er een op m'n arm! Iiieeeehhh!!!"
"Kijk mijn pissebed! Een echte!"

Zo ziet hij eruit als je door de loep kijkt.
"Hallo meneertje pissebed, ik ga een familie voor jou zoeken hoor, één momentje."
"Ik laat mijn tekening aan m'n pissebed zien en dan denkt hij 'Huh? Nog een pissebed!' en dan wil hij met hem spelen maar dat kan helemaal niet! Hahaha!"
"Ok, ik haal nu de deksel eraf... AAAHHHHH!!!"