Welkom op mijn weblog waar kind en opvoeder centraal staan. Hier vind je informatie en tips op het gebied van opvoeding en kinderopvang, verhalen en informatie over de dagelijkse praktijk van de pedagogisch medewerker, nieuwtjes, grappige kinderuitspraken en anekdotes en heel veel beeldmateriaal van activiteiten en uitstapjes. Op deze manier probeer ik mijn beroep in beeld te brengen, andere opvoeders te inspireren en zelf actief bezig te zijn met mijn passie voor pedagogiek. Zelf ben ik vakvolwassen pedagogisch medewerker op de BSO. Veel lees- en kijkplezier en laat gerust een berichtje achter!


- Wendy Hoogeveen


Posts tonen met het label VVPM. Alle posts tonen
Posts tonen met het label VVPM. Alle posts tonen

vrijdag 28 september 2012

It's official!

Na 2 jaar zwoegen eindelijk het welverdiende VVPM diploma opgehaald! Het was hard werken, soms met een lach en soms met een traan, maar wat hebben we een hoop geleerd!


Met een voldaan en ook wel een beetje trots gevoel hebben we afscheid genomen van onze geweldige 'juf' die ons met een paar laatste wijze woorden liet gaan: zit het even tegen, bedenk dan, dit is een kans; wrijving geeft glans.

donderdag 21 juni 2012

VVPM praktijkonderzoek (scriptie)

Na twee jaar keihard werken en enorm veel geleerd, verwonderd, bewonderd en gelachen te hebben, ben ik klaar met de opleiding VVPM. Een van de eindopdrachten was het schrijven van een scriptie aan de hand van literatuur- en praktijkonderzoek. Dit is ervan geworden. Een verslag over genderbewust aansluiten op de sociaal-emotionele ontwikkeling van jongens in de BSO. Veel leesplezier!


donderdag 30 juni 2011

1e jaar VVPM zit erop!

Joehoe! Ons VVPM-clubje is in z'n geheel over naar het tweede jaar en daar zijn we TROTS op!!

maandag 23 mei 2011

Flow Learning

Tijdens de opleiding hebben we het in het kader van Reggio Emilia gehad over ‘Flow’. Klinkt leuk, maar wat is dat nu eigenlijk?

De pm’er gebruikt de natuurlijke nieuwsgierigheid van kinderen om ze uit te dagen tot het aangaan van diverse leeractiviteiten. De creatieve ‘flow’ die hieruit ontstaat wordt in Reggio Emilia gezien als een proces waar ieder mens in principe het vermogen toe heeft. Als een activiteit uitdagingen biedt die goed aansluiten op de capaciteiten van het kind (zone van naaste ontwikkeling, Vygotski) en passen bij de interesse van dit kind, kan het in een gelukzalige staat van flow raken waarin hij zichzelf even vergeet maar tegelijkertijd innerlijk groeit (Csikszentmihalyi).

Er bestaat ook zoiets als ‘Flow Learning’. Dit concept is bedacht door Joseph Cornell (Sharing Nature) en biedt een eenvoudige, gestructureerde manier om kinderen te begeleiden in het ervaren van natuur. Door speelse activiteiten worden natuurlijke nieuwsgierigheid en enthousiasme van kinderen gewekt. Leren wordt leuk, dynamisch en een directe ervaring.
Omdat we op de BSO bezig zijn met het thema ‘Puur natuur’ ben ik me hier eens in gaan verdiepen.

 

‘Flow Learning’ is gebaseerd op de universele principes van hoe mensen leren. De vier stadia van Flow Learning zijn:

Enthousiasme aanwakkeren en nieuwsgierigheid prikkelen
Kinderen leren makkelijk wanneer het onderwerp betekenisvol, bruikbaar of leuk is. Dit betekent dat hun persoonlijke interesse gewekt wordt, dat het hen persoonlijk aanspreekt. Hieruit vloeit vanzelf meer nieuwsgierigheid voort en vanuit deze energie kunnen kinderen hun aandacht gemakkelijk op een volgende (gerelateerde) ervaring richten.

Voordelen:
-         creëert een sfeer van enthousiasme
-         gaat uit van speelplezier
-         een dynamisch begin stimuleert kinderen mee te doen
-         ontwikkelt alertheid, gaat passiviteit tegen
-         vangt de aandacht van kinderen
-         creëert een positieve groepsdynamiek
-         biedt richting en structuur
-         biedt een uitlaatklep aan (teveel) energie
-         bereidt voor op latere activiteiten waarbij meer focus en opmerkzaamheid nodig is

Gerichte aandacht
Zonder concentratie kan een kind moeilijk leren. In dit stadium worden de kinderen uitgedaagd op leuke en creatieve manieren. Om deze uitdagingen aan te gaan, moeten de kinderen focussen via een bepaald zintuig. Op die manier worden kinderen rustig, alert en staan ze open voor de natuurlijke omgeving.

Voordelen:
-         vergroot de aandachtsspanne
-         vergroot het waarnemingsvermogen
-         geeft verdieping aan het bewustzijn
-         versterkt het enthousiasme dat in stadium 1 is ontstaan
-         ontwikkelt ontvankelijkheid voor natuurervaringen

Directe ervaring
Zodra de interesse gewekt is en de aandacht op een bepaald punt is gericht, zijn de kinderen klaar om de natuur écht te beleven. Ze nemen aspecten van de natuur in zich op door te experimenteren en te observeren. Wil een kind iets leren over de natuur en hier respect voor ontwikkelen, dan zal het de natuur moeten ervaren, er contact mee maken, zich erop richten via al zijn zintuigen. Zo komt de opgedane kennis heel dicht bij het kind zelf en zal het hem veel meer raken dan wanneer hij er bijvoorbeeld iets over leest in een boek. De nadruk ligt in dit stadium op individuele ervaringen.

Voordelen:
-         kinderen leren het best wanneer ze zelf iets ontdekken (directe leerervaringen door experimenteren en observeren)
-         stimuleert verwondering
-         stimuleert het intuïtieve weten deel uit te maken van de natuur
-         zet aan tot empathie en liefde voor de natuurlijke omgeving
-         opent het hart voor ervaringsgerichte leermomenten

Ervaringen delen
De kinderen reflecteren samen op wat ze beleefd en geleerd hebben. Door hier de tijd voor te nemen, kunnen de ervaring en opgedane kennis echt bij de kinderen binnenkomen. De ervaring kan hierdoor nog meer betekenis en diepgang krijgen. Er kan verteld worden, een dagboekje kan bijgewerkt worden, er kunnen tekeningen gemaakt worden en verzamelde objecten kunnen getoond worden. Goethe heeft bovendien gezegd: “a joy shared is a joy doubled”. Door een kind de mogelijkheid te geven zijn ervaringen te delen, verrijk je de kennis en beleving van de hele groep. De eigen ervaringen staan centraal en van hieruit kunnen nieuwe ideeën en activiteiten ontstaan.

Voordelen:
-         verheldert en versterkt persoonlijke ervaringen
-         draagt bij aan een positieve stemming
-         introduceert inspirerende rolmodellen
-         draagt bij aan het wij-gevoel
-         vormt feedback voor de begeleider
-         draagt bij aan luistervaardigheid

“Flow Learning takes us beyond the intellect, and into the heart where true understanding and appreciation can take place.”
- Michael Smithson, Chief of Resource Education, Olympic National Park

zondag 15 mei 2011

Het kind heeft 100 talen

Alle kinderen beschikken over honderd talen om zich uit te drukken. Naast de spreektaal kunnen kinderen zich uiten in klanken, beweging, kleuren, schilderen, bouwen, boetseren en zoveel meer. Ieder kind is vanaf zijn geboorte rijk aan mogelijkheden, krachtig en creatief. Vanuit deze uitgangspunten werken pedagogen en kunstenaars in kindercentra van Reggio Emilia al tientallen jaren dagelijks samen met jonge kinderen in het onderzoeken en het met elkaar uitwisselen van ideeën, gedachten, ervaringen, hypotheses, herinneringen, dromen en theorieën. Malaguzzi was pedagoog en charismatisch en bevlogen idealist. Hij ontmoette in 1945 enkele ouders in Reggio Emilia die zelf een kleuterschool wilden oprichten. Dit werd de basis van waaruit Malaguzzi zijn pedagogische ideeën kon ontwikkelen. Tijdens de bouw van deze school raakte Loris Malaguzzi nauw betrokken bij de school en hij sloot zich uiteindelijk ook aan bij het gemotiveerde en energieke team dat deze school runde. Loris Malaguzzi verdiepte zich in vele pedagogische visies, maar vond er niet één die helemaal aansloot op het onderwijs aan het jonge kind. Geïnspireerd door verschillende visies gecombineerd met zijn eigen ideeën en de praktijk, ontwikkelde hij een eigen pedagogiek, de pedagogiek van Reggio Emilia. In deze pedagogiek ligt de nadruk op: "wat kinderen kunnen en zijn". In 1963 opende Malaguzzi de eerste voorschool in Reggio Emilia. De visie van Malaguzzi is inmiddels decennia lang doorontwikkeld in het voorschoolse onderwijs en wordt in Reggio Emilia nog steeds vernieuwd en gemoderniseerd. Inmiddels werken in Reggio Emilia drieëndertig peuter- en kleuterscholen volgens zijn principe werken. De onderwijsvorm van Reggio Emilia bleef ook na de dood van Malaguzzi in 1994 constant in verandering door verdieping en moderne inspiraties. Malaguzzi schreef dit inspirerende en wereldberoemde gedicht.

Zeker. De honderd is er wél

Het kind bestaat uit honderd
Het kind heeft
honderd talen
honderd handen
honderd gedachten
honderd manieren van denken,
van spelen, van spreken.
Honderd, altijd weer honderd
manieren van luisteren
verwonderen en liefhebben
honderd vreugden
om te zingen en te begrijpen
honderd werelden
om te ontdekken
honderd werelden
om uit te vinden
honderd werelden
om te dromen.
Het kind heeft
honderd talen
(en honderd honderd honderd meer)
Maar ze pakken er negenennegentig af.
De school en de samenleving
scheiden het hoofd van het lichaam.
Zij zeggen tegen het kind:
dat hij zonder handen moet denken
zonder hoofd moet handelen
moet luisteren en niet praten
moet begrijpen zonder vreugde
alleen met Pasen en Kerstmis
mag liefhebben en verwonderen.
Ze zeggen tegen het kind:
ontdek de wereld die er al is
en van de honderd
pakken ze er negenennegentig af.
Ze zeggen tegen het kind
dat werk en spel
realiteit en fantasie
wetenschap en verbeelding
hemel en aarde
verstand en droom
dingen zijn
die niet bij elkaar horen.
En dus vertellen ze het kind
dat de honderd er niet is.
Het kind zegt:
Zeker: de honderd is er wél.

Loris Malaguzzi, pedagoog van Reggio Emilia

SPOREN pedagogiek

In de VVPM-opleiding zijn we momenteel bezig met het onderwerp Reggio Emilia en de Nederlandse stroming die hierop gebaseerd is: SPOREN. Hieronder een stuk achtergrondinformatie.

SPOREN is de afkorting van Stichting Pedagogiek Ontwikkeling Reggio Emilia Nederland en kan ook gezien worden als metafoor van de werkwijze. Deze benadering van voor- en vroegschoolse educatie is geïnspireerd en gebaseerd op de pedagogische filosofie uit Reggio Emilia, maar ontwikkeld in samenwerking met en voor o.a. de Nederlandse kinderopvang. SPOREN is gericht op een brede en samenhangende ontwikkeling van de verschillende competenties waarover kinderen beschikken en gaat uit van de kracht, creativiteit en intelligentie en de hónderd talen van álle kinderen. Het dagelijks kijken en luisteren, het onderzoeken en documenteren vormen de basis van het pedagogisch werk. SPOREN is geen methode maar een integrale pedagogiek met een systematische werkwijze. Alle kinderen, leerkrachten, ouders, buurten en culturen zijn immers verschillend. Het leren kennen, zichtbaar en bespreekbaar maken van deze diversiteit staat bij SPOREN centraal. Door dagelijks te kijken en te luisteren naar de kinderen en door middel van pedagogische documentatie vast te leggen wat zij doen, maken en zeggen, worden de leerprocessen van de kinderen zichtbaar en bespreekbaar. Op basis van deze documentatie wordt een aanbod ontwikkeld dat nauw aansluit bij de vragen en ideeën van de kinderen, de ouders en de begeleiders in de groep. 
Sporen is ontwikkeld als integrale pedagogische benadering van alle kinderen in de leeftijd van 0 tot 7 jaar in kinderopvang, peuterspeelzalen en de eerste twee groepen van het basisonderwijs.
  • Uit onderzoek blijkt dat cognitieve en taalachterstanden effectiever worden bestreden door een integrale benadering van ontwikkeling; cognitieve, sociaal-emotionele en andere aspecten zijn van invloed op elkaar.
  • Een actieve betrokkenheid van ouders zorgt voor een goede aansluiting tussen school en gezin; de continuïteit tussen beide milieus biedt veiligheid en herkenning, wat een positieve invloed heeft op de ontwikkeling van de kinderen. Voor Sporen is de betrokkenheid van ouders essentieel. De werkwijze biedt hieraan dagelijks actief aandacht.
  • Aandacht voor communicatie, ook in andere talen dan de gesproken taal, blijkt voor kinderen met een andere moedertaal enorm goed te werken. Het kindercentrum of de school wordt vanaf het eerste begin een plek waar het belangrijk gevonden wordt wat je te vertellen hebt, door tekeningen, spel, geluid, bouwwerken en ook de gesproken taal. De motivatie om te communiceren is zo groot dat de gesproken en later de geschreven taaluitingen zich als vanzelf aandienen.

De basis van de pedagogische benadering van SPOREN is een krachtig kindbeeld. Kinderen zijn competent. Zij zijn nieuwsgierig en leergierig. Vanaf hun geboorte zijn zij uit op communicatie. Kennisopbouw begint bij motivatie. Verdieping van het leren begint bij de intrinsieke motivatie van de kinderen; aanknopingspunt voor leerprocessen is steeds datgene wat de kinderen bezighoudt en interesseert.

De kern van de werkwijze is de pedagogische documentatie. Deze maakt de leerprocessen van de kinderen zichtbaar en daardoor bespreekbaar voor de leidsters, maar ook voor de kinderen én voor hun ouders. De leidsters zijn de onderzoekers en documentalisten van het educatieproces. Zij leggen de verschillende stappen in de leerprocessen vast in beeld en op schrift, hiervoor maken zij gebruik van speciaal ontwikkelde instrumenten. Door de kinderen dit materiaal terug te geven, wordt reflectie op de eigen leerprocessen mogelijk. De pedagogische documentatie is het startpunt, het werkmateriaal en het middel om de leerprocessen van de kinderen te verdiepen en op een complexer niveau te brengen.

Kinderen leren het meest van elkaar; zij zijn elkaars eerste pedagoog. De grote ontwikkelingstaak van jonge kinderen is het bouwen aan een eigen identiteit. Dat doen zij in wisselwerking met andere kinderen, met volwassenen en met de wereld om hen heen. Daarom is er veel aandacht voor het werken, spelen, leren in kleine groepjes. Kinderen ontwikkelen zich in en door communicatie, zij leren door het uiten en het uitwisselen van ideeën, gedachten en gevoelens en het gezamenlijke proces van betekenis geven. Kinderen kunnen zich in potentie uitdrukken op honderd manieren, in honderd talen: dans, muziek, drama, klei, op papier, et cetera. Elke taal heeft zijn eigen zeggingskracht en mogelijkheden. De stimulering van deze talen naast de gesproken en geschreven taal verrijkt de mogelijkheden tot communicatie en uitwisseling, tot leren. Het ontwikkelen van deze talen wordt daarom gezien als middel om te leren en heeft niet als doel kunstdisciplines te beoefenen.

De volwassenen zijn de tweede pedagoog. In de groep wordt (ten minste een deel van de tijd) een tweede leidster ingezet. In de ideale situatie is dit iemand met een kunstzinnige achtergrond. De leidsters dragen niet primair kennis over maar zetten hun kennis en ervaring in ten dienste van de ontwikkeling van de kinderen. De pedagogische documentatie vormt hierbij een onmisbaar hulpmiddel. Op basis van de pedagogische documentatie reflecteren de leidsters gezamenlijk op de leerprocessen van de kinderen en bedenken zij nieuwe plannen en impulsen. Deze plannen sluiten altijd aan bij de vragen en ideeën van de kinderen zelf. De leidsters formuleren hypothesen over de achtergronden van de vragen en ideeën om deze in een meer algemeen kader te kunnen plaatsen, om op een abstracter niveau daaruit principes te distilleren die in andere contexten kunnen worden vorm gegeven. Zo worden openingen gecreëerd voor diepgaander, complexer leren. Dat kan de vorm krijgen van een ‘project’ rond een onderwerp.

De ruimte en de aangeboden materialen hebben een eigen pedagogische waarde. Zij zijn als het ware de derde pedagoog. Zo correspondeert de indeling van de ruimte met verschillende ontwikkelingsdomeinen, en zijn er verschillende hoeken ingericht. De inrichting van de ruimte en het aanbod van materialen worden afgestemd op de onderwerpen die de kinderen bezighouden en zijn zodoende steeds in ontwikkeling. De materialen nodigen uit tot spelen, maken en leren. Kinderen leren het materiaal waarmee zij werken en elkaars producten te waarderen en te respecteren. De pedagogische documentatie heeft een eigen, vaste plek in de ruimte. Zo vertelt de inrichting van de groepsruimte wie er werken, spelen en leren.

Door het zorgvuldig kijken en luisteren naar de kinderen wordt duidelijk welke onderwerpen de kinderen bezighouden. Het betreft bijna altijd de interesses van groepjes kinderen, zelden van de hele groep. Er spelen dus voortdurend verschillende kleine of grote onderwerpen naast elkaar. Soms duren deze een week, soms maanden. Het betreft zowel heel concrete onderwerpen, zoals de vogels in de tuin, als meer abstracte onderwerpen als drijven en zinken. De leidsters volgen de onderwerpen waar de kinderen mee bezig zijn en verdiepen deze door het maken van pedagogische documentatie en het geven van materialen en nieuwe impulsen. Per dag maken de leidsters een nieuw plannen om met kinderen rond een onderwerp te werken, spelen, leren. Op basis van de dagelijkse pedagogische documentatie worden vervolgens nieuwe plannen voor de volgende dag gemaakt. Intussen blijft men open staan voor de concrete situaties in de groepen. Plannen worden bijgesteld. Zo kan een onderwerp gaandeweg verbreed en verdiept worden, zonder dat van te voren vast staat hoe rond het onderwerp gewerkt wordt. Op deze wijze schrijdt het curriculum voort.

Behalve maatschappelijk ontwikkelingen, dwingen ook moderne pedagogische en ontwikkelingspsychologische inzichten tot vernieuwing van opvoeding. De Reggio-benadering en zo ook SPOREN is gebaseerd op theorieën van diverse ontwikkelingspsychologen en pedagogen zoals Gardner, Piaget, Freinet, Vygotsky. Ook postmoderne cultuur- en kennistheorieën, inzichten uit de moderne neuropsychologie en van bijvoorbeeld kunsthistorici, dichters, auteurs en architecten vormen een inspiratiebron. In deze theorieën worden opvoeding en ontwikkeling opgevat als transactionele processen, waarin kinderen actief participeren. Kinderen geven zelf mede vorm aan hun eigen ontwikkeling en opvoeding, ook (zeer) jonge kinderen. Het concept van overdracht van vaststaande kennis is daarmee achterhaald. Dat geldt ook voor het traditionele denken over ontwikkeling als een lineair proces. Ontwikkeling wordt veeleer opgevat als een proces van sprongsgewijze veranderingen, van hollen, stilstaan en teruggrijpen, dat bovendien wordt beïnvloedt door een veelheid van factoren. Ten slotte wordt ontwikkeling beschouwd als motor en resultaat van intrapsychische dynamiek. Zo is cognitieve ontwikkeling bijvoorbeeld gebaat bij een evenwichtige sociale en emotionele ontwikkeling en bij de ontwikkeling van onder meer fantasie en motoriek. Overeenkomstig deze concepten veranderen het kindbeeld en het leerconcept. Kinderen worden gezien als actief, sociaal en competent. Jonge kinderen bouwen eigen theorieën op, zij abstraheren, reflecteren, stellen hypothesen op en onderzoeken en verifiëren die, zij zoeken actief naar betekenissen en verlenen betekenis. Jonge kinderen zijn in potentie in staat om zich uit te drukken op velerlei wijzen en te communiceren over hun ideeën, gedachten en gevoelens. Dit krachtige kindbeeld is het fundament waarop de Reggio-benadering en in het verlengde daarvan ook SPOREN, worden opgebouwd. De theorieën en verhalen die de kinderen in samenwerking vormen en de processen waarin zij dit doen, zijn belangrijker dan het aanleren van reeds geverifieerde volwassen kennis. SPOREN stimuleert de kinderen om samen vragen te onderzoeken om weer tot nieuwe vragen te komen.
Bron & meer informatie: www.pedagogiekontwikkeling.nl 

donderdag 13 januari 2011

Time-out!

Elke pedagogisch medewerker zal beamen dat een tik, of die term nu aangevuld wordt met het ‘goedpratende’ woordje pedagogisch of niet, uit den boze is. Het is zelfs bij wet verboden om een kind een tik te geven. Toch zullen volgens velen kinderen op de een of andere manier gedisciplineerd moeten worden. Dat brengt ons op het onderwerp straffen.

Foei!
Straffen kan op allerlei manieren. We kunnen voor straf iets vervelends ‘toedienen’ zoals: een voor het kind vervelende taak of strafwerk, nablijven, een preek of standje. Ook kunnen we het kind voor straf iets plezierigs onthouden, zoals bijvoorbeeld een snoepje, zakgeld, liefdevolle aandacht, televisie kijken of computeren. En herinner je je Supernanny Jo Frost nog? Zij heeft de ‘time-out’ tot een populaire consequentie van ongewenst gedrag gemaakt.

Er zijn mensen die zweren bij het concept van de ‘naughty spot’. De effecten van het toepassen van deze maatregel worden in de media steevast als positief gelabeld. Het werkt! Wie zijn wij dan om er kwaad van te spreken? Na een nieuwe les over Aletha Solter ben ik ervan overtuigd dat we, opvoeders, weldegelijk iets hebben om over na te denken.

Is een time-out minder schadelijk dan het uitdelen van een tik?
Wat je doet als je een kind een time-out geeft, is hem afzonderen, hem liefde en aandacht onthouden, hem privileges ontzeggen. Hoewel hier geen fysiek of verbaal geweld bij komt kijken, is deze autoritaire manier om gehoorzaamheid aan te leren volgens veel opvoeders en psychologen emotioneel schadelijk voor het kind. Kinderen jonger dan zeven jaar hebben nog niet het vermogen om woorden te verwerken zoals volwassenen dat doen. Dus zelfs wanneer je zegt “ik keur je gedrag af maar ik hou wel van je” zal de ervaring van geïsoleerd en genegeerd worden veel meer impact hebben. De onthouding van liefde is voor een kind bijzonder beangstigend en zorgt op den duur voor onzekerheid, boosheid, wrok, weerstand, lage eigenwaarde en andere pijnlijke gevoelens. Daarnaast kan de time-out in gezelschap zorgen voor vernedering.

Wat zegt een time-out het kind over menselijke relaties?
Met een time-out verbreek je de communicatie met het kind tijdens een conflictsituatie. Welke boodschap zend je hiermee uit? Dat liefde en aandacht een soort handelswaren zijn die als machtsmiddel ingezet kunnen worden door ze te onthouden of uit te delen. Dat je conflicten oplost door weg te lopen, door niet meer te communiceren. Dat druist toch in tegen de sociale vaardigheden die we kinderen willen bijbrengen?

Wat zijn de gevolgen van een time-out?
  • Wanneer je een kind een time-out geeft als het raast en huilt, krijgt het de boodschap dat je het kind niet bij je wilt hebben als het van streek is. Het kind raakt ervan overtuigd dat er toch niet naar hem geluisterd wordt en zal al snel niet meer naar je toekomen met zijn problemen.
  • Uit onderzoek blijkt dat tranen stresshormonen afvoeren. Huilen is mede daarom een effectieve manier om spanning te ontladen en verdriet en frustratie te verminderen. Door de time-out leert het kind dat het beter is deze gevoelens te onderdrukken.
  • De time-out richt zich niet op de onderliggende oorzaak van ongewenst gedrag. Dit gedrag kan bijvoorbeeld veroorzaakt worden door een onvervulde behoefte of gebrek aan informatie om iets te begrijpen. Als je probeert het gedrag te veranderen zonder aandacht te schenken aan wat erachter zit, blijft het onderliggende probleem voor het kind bestaan en help je hem dus niet echt.

Alternatieven voor straf
Aletha Solter is een fel tegenstander van disciplineren met behulp van straf. Net zoals huilen ziet zij onacceptabel gedrag als een hulpvraag en het is aan ons om deze hulpvraag bloot te leggen. Ook stelt ze dat onacceptabel gedrag niet goedgekeurd moet worden maar dat emoties, zoals verdriet en boosheid, wel geuit mogen worden. Solter geeft 20 tips om het anders aan te pakken.

  1. Zoek naar onderliggende behoeften.
  2. Geef informatie en redenen.
  3. Zoek naar onderliggende gevoelens.
  4. Verander de omgeving.
  5. Zoek naar aanvaardbare alternatieven.
  6. Toon het kind hoe je wilt dat het zich gedraagt.
  7. Geef eerder keuzes dan bevelen.
  8. Doe kleine toevoegingen.
  9. Neem de tijd om dingen voor te bereiden.
  10. Laat de natuurlijke gevolgen van gedrag, mits gepast, gebeuren.
  11. Praat over je eigen gevoelens.
  12. Grijp in wanneer nodig.
  13. Houd het kind vast.
  14. Haal het kind uit de situatie maar blijf bij hem.
  15. Los het samen, spelenderwijs op.
  16. Maak de situatie onschadelijk met lachen.
  17. Onderhandel, maak afspraken.
  18. Doe aan wederzijdse conflicthantering.
  19. Herzie je verwachtingen.
  20. Neem een opvoeders time-out.
Nu wil ik niet zeggen dat je deze adviezen klakkeloos ter harte moet nemen. Wel vraag ik je na het lezen van dit stukje na te denken over je eigen standpunt ten aanzien van de time-out. En mocht je de time-out toepassen, stel jezelf dan in ieder geval de vraag voor wie je dit doet. Is het in het belang van het kind of is het jouw eigen behoefte om het kind even niet meer in je buurt te hebben?

Meer lezen? Kijk eens op de volgende websites:

maandag 20 december 2010

Een lekker potje janken

In het kader van de opleiding VVPM die ik volg, heb ik een boek gelezen van Aletha Solter: ‘De taal van huilen’. Toen ik het uithad, was er een wereld voor me opengegaan. Haar visie klinkt zo simpel en vanzelfsprekend dat ik me afvraag waarom ik het zelf niet verzonnen heb. Dat komt waarschijnlijk door het feit dat het huilen van kinderen bij mij allerlei gedachten en emoties oproept waardoor het logisch redeneren even op een laag pitje gaat.

Aletha Solter
Wat kun je zoal voelen wanneer een kind huilt? Medelijden, machteloosheid, ergernis, frustratie, boosheid, liefde. Deze gevoelens, of je je er nu van bewust bent of niet, kunnen je reactie op het huilen van het kind beïnvloeden. Daarnaast zijn er externe factoren van invloed op je reactie. Het moment waarop het kind huilt (heb je tijd om het kind aandacht te geven?), de manier waarop het kind huilt (krijsend of juist zacht snikkend), de vermoedelijke reden van het huilen (heeft het kind bijvoorbeeld pijn, voelt het zich gekwetst of huilt het schijnbaar zonder reden?).

Solter noemt in haar boek veelvoorkomende reacties van volwassenen op het huilen van jonge kinderen, zoals afleiden, straffen, wegwuiven, iets in de mond stoppen of zeggen dat het moet ophouden met huilen. Het belang van huilen wordt volgens haar vaak niet onderkend.

Waarom huilen kinderen dan? Het is een manier om behoeften of ongemak kenbaar te maken. Solter noemt huilen ook een ‘stressontladingsmechanisme’ en beweert dat kinderen huilen om spanning te verwerken. Die spanningen kunnen onderverdeeld worden in:
  • Actief door anderen gekwetst worden (zoals geweld, dwang, bedreiging, belediging, afwijzing, racisme, seksisme)
  • Passief gekwetst worden (zoals verwaarlozing)
  • Door omstandigheden gekwetst worden (zoals geboortetrauma, ziekte of letsel, overprikkeling, grote veranderingen, problematische gezinssituatie, natuurrampen)
Huilen is volgens Solter een toestand van lichamelijke inspanning gevolgd door diepe ontspanning, met andere woorden: een effectieve manier om stress te ontladen, een natuurlijk herstelproces.

 

Volwassenen interpreteren de tranen van kinderen regelmatig verkeerd. Een kind kan in tranen uitbarsten en vreselijk tekeer gaan om iets (in onze ogen) totaal onbenulligs. Maar weten we wat hier achter zit? Misschien was dit de druppel die zijn emmertje deed overlopen. Soms, zegt Solter, is de behoefte aan huilen zo groot dat het kind actief op zoek gaat naar een aanleiding. Trek voor de grap eens een parallel naar jezelf. Ben je wel eens uitgeflipt tegen je partner omdat die, ik noem maar iets, een lege wc-rol heeft laten hangen? Was dit echt zo erg of was dit een ontlading na een reeks tegenslagen die dag?

Wat kun je doen als een kind huilt? Ten eerste neem je (indien mogelijk) de bron van de spanning weg. Geef het kind bewuste aandacht en accepteer dat het huilt. Erken de emoties van het kind. Laat een huilend kind nooit alleen maar bied het kind emotionele steun en veiligheid. Laat het kind huilen zolang het hier behoefte aan heeft. Het is belangrijk dat een kind zich nooit bestraft voelt als het huilt, hierdoor kan het schaamte of angst voor de eigen emoties ontwikkelen. Zo zal het kind leren zijn natuurlijke herstelmechanisme te onderdrukken en wordt het heel moeilijk om zijn psychische en lichamelijke balans te hervinden. Wat de stress ook heeft veroorzaakt, een kind voelt zich pas beter wanneer het net zoveel heeft kunnen huilen en tekeergaan als het nodig heeft.

Ten slotte ter overweging nog deze uitspraak van Solter: “Kinderen hebben vaak het meest behoefte aan liefde en aandacht op momenten dat hun gedrag daar het minst aanleiding toe geeft.”

Lees meer over de taal van huilen: hier.

woensdag 8 december 2010

Emmi Pikler

In de VVPM-opleiding besteden we aandacht aan verschillende pedagogen. Om jullie een graantje mee te laten pikken zal ik af en toe een samenvatting geven van wat ik heb opgestoken over deze mensen. Te beginnen met Emmi Pikler (1902 – 1984).

Leven en werk
Emmi Pikler, geboren in Wenen, was oorspronkelijk opgeleid tot kinderarts. Toen ze een dochter kreeg, besloot ze haar op geen enkele manier in haar ontwikkeling te forceren. Met respect voor het eigen ritme gaf ze haar dochter alle vrijheid om zelf initiatief tot spel en beweging te nemen. Piklers overtuiging was: een kind dat in zijn eigen tempo mag leren en onderzoeken, leert beter zitten, staan, spreken en denken dan een kind dat gestimuleerd of geholpen wordt. Vanuit deze overtuiging heeft Pikler tien jaar lang ouders ondersteund in de opvoeding van hun kinderen. Na de Tweede Wereldoorlog werd ze hoofd van kindertehuis Lóczy in Boedapest. Ze organiseerde het kindertehuis naar haar eigen methode en deed longitudinaal onderzoek naar de psychomotorische ontwikkeling van de baby’s en peuters die er opgroeiden. Twee belangrijke pijlers binnen haar visie zijn vrije bewegingsontwikkeling en respectvolle verzorging.

Vrije bewegingsontwikkeling
-         Aanbieden van een veilige omgeving waarin het kind uit eigen initiatief actief kan bewegen, bewegingsruimte die iets groter is dan hij nodigt heeft, speelgoed dat zijn onderzoeksdrang bevredigt.
-         Niet onnodig ingrijpen in de activiteiten van het kind, hem niet helpen of stimuleren, hem niet in posities brengen waar hij zelf (nog) niet in of uit kan komen, aandacht geven op afstand.
-         Respect voor het eigen tempo en ritme van het kind en voor zijn eigen, spontane initiatieven.
-         Zinvolle organisatie van het leven van het kind: er is een tijd voor rust, voor contact met de verzorgster en voor vrije beweging.

Grove motoriek
De kinderen in Lóczy zijn continu, individueel en door vaste waarneemsters geobserveerd in hun bewegingsontwikkeling vanaf het moment dat ze voor het eerst draaiden tot het moment dat ze voor het eerst los gingen lopen. Het lukte alle baby’s zelfstandig vanuit de rugligging tot staan en lopen te komen. In de observaties werden tientallen niet eerder beschreven posities en bewegingen vastgelegd die Pikler ‘overgangsposities’ noemde. Deze posities kwamen bij alle kinderen voor en bijna altijd in dezelfde volgorde. De overgangsposities hebben een oefenfunctie: de spieren worden stapsgewijs geoefend en bereiden het kind voor op de volgende ontwikkelingsfase. Ook krijgt het kind een steeds bewuster besef van zijn lichaam, wat de basis vormt voor de ontwikkeling van eigenwaarde. De aangeboren bewegingsdrang wordt duidelijk door het voortdurend veranderen van houding. Baby’s die beginnen te kruipen ontwikkelen snel de drang tot klimmen. Bied de eerste mogelijkheid tot klimmen dicht bij de grond aan zodat het kind ook kan leren vallen en (her)vinden van zijn balans. Later kun je hogere klimobjecten aanbieden zodat het kind zijn vaardigheden kan vergroten en gevoel ontwikkelt voor zijn eigen mogelijkheden en grenzen.

Fijne motoriek
Rond de tiende week ontdekt het kind zijn handen en speelt hier veelvuldig mee. Vanaf de derde maand probeert hij voorwerpen vast te pakken maar de activiteit met de handen blijft belangrijker dan het voorwerp zelf. Vanaf de zesde maand worden de mogelijkheden die een voorwerp biedt interessant. Bied eerst lichte voorwerpen aan, zoals een zakdoek, en later iets groter en zwaarder materiaal zoals bakjes, doosjes of bekers in verschillende maten, materialen en vormen. Aan het eind van het eerste jaar kan het kind aandacht hebben voor meerdere voorwerpen tegelijk en onderzoekt het hoe het de voorwerpen kan combineren. De baby laat intense aandacht voor het voorwerp zien. Uit de gezichtsuitdrukkingen van het kind blijkt dat het voorwerp emoties kan oproepen. De handactiviteiten worden gezien als ‘lichamelijk denken’.

Respectvolle verzorging
Verzorgingsmomenten zijn uitermate geschikt om elkaar beter te leren kennen en écht samen te zijn. De volwassene past zich aan aan het tempo van het kind zodat hij zich kan instellen op de handelingen en mee kan doen aan het samenspel. Zo leert het dat hij invloed kan uitoefenen op situaties waaraan hij deelneemt als basis voor de eerste sociale contacten. De verzorging gebeurt met liefdevolle aandacht en zorgvuldigheid. De baby wordt niet gezien als een bundeltje hulpeloosheid. Zijn competenties (zoals contact maken, behoeften aangeven), hoe pril ook, verdienen respect. De handen van volwassenen zijn belangrijk voor baby’s; ze vormen een belangrijk middel tot contact met de wereld. De handen raken hem aan, tillen hem op, wassen, voeden en kleden hem. De baby leert van zachte, tactvolle bewegingen wat aandacht en belangstelling betekenen.

Dialoog
Pikler adviseerde ouders vanaf het begin met hun kind te praten en het bij de naam te noemen. Hierdoor gaat de ouder langzamer en bewuster om met het kind, die snelle impulsen nog niet aankan. Tussen de aankondiging van wat er gaat gebeuren en de handeling zelf moet daarom altijd een kort moment van rust zijn. De ouderlijke stem heeft een rustgevende invloed op het kind. Hoewel het de woorden nog niet begrijpt, kan het kind de intentie wel voelen. De volwassene antwoordt met gebaren steeds op de reacties van het kind. Oogcontact zal een steeds grotere rol gaan spelen. Door op deze manier een kind te verzorgen, voorzie je niet alleen in de behoeften van het kind maar bied je hem ook een sociale ervaring.

Meer informatie: Emmi Pikler Stichting

woensdag 3 november 2010

Terug in de schoolbank

Vandaag ben ik gestart met de opleiding Vakvolwassen Pedagogisch Medewerker (VVPM). Deze opleiding zal 2 jaar duren en is gericht op het vergroten van het pedagogisch handelsrepertoire en het verbreden van kennis en inzicht in de ontwikkeling van het kind. Daarnaast zullen we ons bezig houden met pedagogische uitgangspunten van de eigen organisatie, bewustwording van het eigen handelen en maatschappelijke ontwikkelingen op het gebied van pedagogiek en kinderopvang. In het tweede jaar ligt de nadruk op de rol als pedagogisch partner.

Reden voor MIK om deze opleiding aan te bieden is enerzijds omdat de locatiemanagers steeds meer managen en daardoor minder zicht hebben op het pedagogisch handelen op de werkvloer. Anderzijds wil MIK werknemers binden en boeien met een mooi scholingsaanbod. Van de 40 opleidingsplaatsen heb ik er een cadeau gekregen en daar ben ik ontzettend blij mee!

De opleiding kent de volgende hoofdthema’s:
  • Veiligheid en welbevinden
  • Basiscommunicatie
  • Steunen en stimuleren van spelen en leren
  • Indeling en inrichting van binnen- en buitenruimte
  • Dagritme en groepssamenstelling
  • Observeren en plannen
  • Ontwikkeling en leren van kinderen
  • Samenwerken met ouders, primair onderwijs en andere jeugdvoorzieningen
  • Problematisch gedrag en problemen in de ontwikkeling
  • Omgaan met diversiteit
  • Pedagogische doelen en competenties
  • Samenwerken in de groep

De beoogde leerdoelen van de opleiding zijn:
  • Actuele en multidisciplinaire kennis van kinderopvang
  • Relateren van kennis aan gewenst pedagogisch handelen conform organisatiebeleid
  • Kennis van effectieve methoden van pedagogisch begeleiden
  • Vermogen om kennis toe te passen, te verwoorden en over te dragen
  • Vermogen om de ontwikkeling van het kind te stimuleren
  • Aanbieden van kwalitatief goede zorg en boeiende activiteiten
  • Vermogen zich aan te passen aan en anticiperen op kinderen met een specifieke begeleidingsvraag
  • Consequente dagelijkse omgang met de groep
  • Initiatieven nemen en kansen benutten
  • Oog voor maatschappelijke en culturele diversiteit en het vermogen hiermee om te gaan
  • Doelgericht werken conform organisatiebeleid
  • Methodisch handelen en dit handelen verantwoorden
  • Intern en extern communiceren en adviseren over het eigen vakgebied

Deze opleiding wordt mede mogelijk gemaakt door: