Welkom op mijn weblog waar kind en opvoeder centraal staan. Hier vind je informatie en tips op het gebied van opvoeding en kinderopvang, verhalen en informatie over de dagelijkse praktijk van de pedagogisch medewerker, nieuwtjes, grappige kinderuitspraken en anekdotes en heel veel beeldmateriaal van activiteiten en uitstapjes. Op deze manier probeer ik mijn beroep in beeld te brengen, andere opvoeders te inspireren en zelf actief bezig te zijn met mijn passie voor pedagogiek. Zelf ben ik vakvolwassen pedagogisch medewerker op de BSO. Veel lees- en kijkplezier en laat gerust een berichtje achter!


- Wendy Hoogeveen


Posts tonen met het label in het nieuws. Alle posts tonen
Posts tonen met het label in het nieuws. Alle posts tonen

woensdag 4 juli 2012

Goed vies


Leuk artikel in Volkskrant Magazine door Annemiek de Gier en Hilde Postma! Het gaat over vies worden. Nu de waterspeelplaats bij ons weer geopend is, is dit ook bij ons op de BSO een hot item. Want de kinderen vinden het heerlijk: kliederen met modder, met de handen en voeten in het water en elkaar ingraven in het zand. Maar niet alle ouders zijn hier even blij mee. De argumenten zijn tot op zekere hoogte begrijpelijk. Toch vind ik dat we met z’n allen eerst en vooral naar het belang van het kind moeten kijken. Ja, we moeten schoenen uitschudden, kleren afkloppen, een keer extra vegen en de ouders zullen de kids wat vaker onder de douche moeten zetten en een extra wasje moeten draaien. Maar als je ziet hoeveel plezier kinderen hebben en wat ze allemaal leren, dan vind ik dit een klein offer.

Moddertaartjes bakken, iemand ingraven in zand, een slakkenrace houden, bramen plukken en van een heuvel rollen zijn volgens een campagne van National Trust vijf van de vijftig dingen die ieder kind zou moeten doen voor hij 12 jaar oud is. Helaas is het territorium waar kinderen in Nederland vrij kunnen spelen met wel 90% ingekrompen. En bijna de helft van de moeders vindt het zonde als kinderkleding vies wordt tijdens het spelen. 

De generatie 30'ers en 40'ers weet het nog wel: vroeger speelden we het liefst op onontgonnen terrein waar je elk besef van tijd verloor en op kon gaan in je spel om vervolgens stijf van de modder thuis te komen met scheuren in je broek en korsten op je knieën. Tegenwoordig zijn er nog nauwelijks natuurlijke plekken waar kinderen gewoon wat aan kunnen rommelen.

Groene Golf
Het idee dat natuurlijk spelen – en lekker vies mogen worden – goed is voor de ontwikkeling van kinderen, is in Nederland langzaam terrein aan het winnen. Pedagoog Marianne de Valck spreekt van een ‘groene golf’: ‘er is een duidelijk trend waarneembaar van mensen die terugkomen op het idee van speeltuinen vol met wipkippen. Niet zo raar, een wipkip is eenzijdig speelgoed. Eigenlijk geldt: hoe meer kleuren, functies en vaste vormen een stuk speelgoed heeft, hoe sneller een kind er klaar mee is.’

Lekker kliederen
Ook steeds meer scholen en kinderopvangcentra sluiten zich bij deze visie aan. Op een aantal kdv’s en scholen in Amsterdam geeft kunstenares Sanne Groen zogeheten kliederworkshops. Ze kwam op het idee doordat ze de opdrachten van de lerarenopleiding die ze volgde veel te concreet vond en weinig ruimte biedend aan fantasie en eigen interpretaties van kinderen. Tijdens haar workshops stalt Groen allerlei materialen uit zoals blokjes agar-agar (vegetarische gelatine), etenswaren waarmee je kunt verven (zoals spinazie, rode kool, fruit, stroop en bloem) en vreemde substanties zoals aardappelzetmeel. Of ze gaat met de kinderen buiten op zoek naar materialen als stokjes, bladeren en zand. De kinderen mogen er vervolgens mee doen wat ze willen. Er zijn wel zaken als flessen, stokjes, pipetjes, rietjes en keukenspullen maar verder geeft Groen bewust zo weinig mogelijk aanwijzingen.

Gele drab
Een moeder vertelt: ‘ik zag mijn zoon van 3 eerst de ruimte in zich opnemen, vervolgens keek hij naar me met een vragende blik. Alsof hij bedoelde: mag ik me hier echt gewoon maar in storten? Toen ik knikte, ging hij zelfstandig op onderzoek uit. Al snel stond hij vol overgave met een kan gele drab in een bak met groene vloeistof te schenken. Af en toe roerde hij met zijn handen de kleuren door elkaar. En even later liet een meisje zich languit in die bak vallen. Prachtig om te zien!’

Nadruk op mogelijkheden
Groen maakt veel gebruik van elementen uit Reggio Emilia (Loris Malaguzzi), een pedagogische benadering die rond 1945 is ontstaan in die stad. Hierbij ligt de nadruk op wat kinderen kunnen, op mogelijkheden. Zelfstandig ontdekken en het creatieve proces staan centraal. Hierbij moet je als begeleider je eigen ideeën en verwachtingen loslaten.

Sanne Groen: ‘Toch vindt niet ieder kind het fijn om vies te worden. Sommigen vinden het zelfs een beetje eng of durven niets aan te raken wat er vies of onbekend uitziet. Maar als ik hen dan bijvoorbeeld een lepel geef om mee te scheppen, durven ze het vaak wél en zitten ze al snel net zo te kliederen als de andere kinderen.’

Oergevoel
Martin Hup (Het Woeste Westen): ‘het zit gewoon in kinderen om vies te willen worden, het appelleert aan een oergevoel.’ Laatst had hij een meisje met smetteloos witte gymschoenen op bezoek. Ze aarzelde om de speeltuin in te gaan vanwege haar mooie schoenen. ‘Het duurde even voor ze de drempel over was maar daarna kon het haar niets meer schelen. Het enige waar ze nog bang voor was, was de reactie van haar moeder.’

Uit cijfers van onderzoek van Motivaction blijkt dat 80% van de ouders het belangrijk zegt te vinden dat kinderen buiten spelen. Hoe opmerkelijk: meer dan 40% van de Nederlandse moeders vindt het vervelend als hun kinderen met smerige of kapotte kleding thuis komen. ‘Maar’ zegt Hup ‘dat hoort nou juist bij het vrij spelen. Laat hen maar lekker vies worden, dat is het teken dat ze er helemaal voor gaan, er helemaal in opgaan.’

Blubberbaan
Zoals ook bij Kids Outdoor Flevoland, waar kinderen zich bijvoorbeeld kunnen uitleven op een heuse blubberbaan. Gillend en joelend gaan ze tot aan hun middel in de drek. Hier moeten de kinderen echt oude kleding aan die daarna weggegooid kan worden. Aan het eind van de baan giert een groepje meiden het uit van de pret. Charli (10) vertelt: ‘dit is echt het leukste wat ik ooit gedaan heb. Eerst lijkt het smerig om in de blubber te plonzen maar als je erdoor bent, maakt het niks meer uit. Dan is het juist heel lekker om onder de modder te zitten.’

Aanvaardbare risico's
Martin Hup: ‘dat kinderen blij worden van de vrijheid en van het vies worden, zien ouders misschien wel. Maar loslaten is toch vaak erg moeilijk. Ouders zien overal gevaren en laten geen mogelijkheid onbenut om hun kroost daarvoor te waarschuwen. Spelen is de laatste dertig jaar sterk onder invloed komen te staan van regels op het gebied van veiligheid en hygiëne. Er heerst een angstcultuur en daardoor zijn we uitgekomen bij suffe klimrekjes met rubber tegels eronder. Maar mijn visie is dat veiligheid niet bestaat – je hebt veel of weinig risico en het is goed om kinderen daar kennis mee te laten maken en hen te laten ontdekken hoe ze met (aanvaardbare) risico’s om kunnen gaan.’

Behoefte
Waar Nederlandse ouders en instanties nog erg moeten wennen aan de natuurlijke manier van spelen, is men in Scandinavië al een stuk verder. Op kdv’s in Noorwegen is het bijvoorbeeld niet ongewoon dat de kinderen de fjorden opgaan, visjes vangen roosteren boven een zelfgemaakt kampvuur en hele dagen buiten doorbrengen waardoor ze spelenderwijs vertrouwd raken met de risico’s die hieraan kleven. Als kinderen hier behoefte aan hebben en je laat hen die behoeftes niet verkennen, dan ontstaat er juist een ander risico, zegt pedagoog de Valck. Dan kan het zijn dat kinderen geen zelfvertrouwen ontwikkelen en geen zelfontplooiend vermogen.

donderdag 21 juni 2012

Geen speciale jongensklassen

Niet echt verrassend, wel geruststellend.

Minister van Onderwijs Marja van Bijsterveld gaat niet experimenteren met speciale jongensklassen in het voortgezet onderwijs. Onderzoeken door het Kohnstamm Instituut en het onderwijsbureau APS tonen aan dat klassen met alleen jongens niet leiden tot betere schoolprestaties.

Jongens doen het slechter


Beide onderzoeksinstituten concluderen dat persoonlijke verschillen tussen kinderen van grotere invloed zijn op leerprestaties dan hun geslacht. Jongens presteren nog altijd slechter op de middelbare school dan meisjes. Ze blijven vaker zitten en zakken af naar een lager niveau. De speculaties die daarop volgden (het onderwijs zou teveel gefeminiseerd zijn, vrouwelijk leraren zouden niet goed zijn voor jongens) zijn door de onderzoeken ontkracht.

Visie op diversiteit


Wel constateren de onderzoekers dat scholen meer oog moeten krijgen voor het onderscheid tussen jongens en meisjes. Jongens hebben een grotere behoefte aan structuur, krijgen graag uitdagende opdrachten en zijn gebaat bij een overzichtelijke omgeving. Ingrid Heemskerk van het Kohnstamm Instituut zegt in de Volkskrant: 'Het belangrijkst is dat scholen een visie ontwikkelen die gericht is op diversiteit.'


Bron: kinderopvangtotaal.nl, volkskrant

woensdag 9 mei 2012

Leuk om te weten

Kinderen die meer dan twee weken te laat zijn geboren, hebben een 2,5 keer grotere kans op ADHD dan kinderen die zijn geboren na een zwangerschap van veertig weken.
(zie: dit nieuwsbericht van het NJI)

Het hormoon oxytocine vergroot de kans op sensitieve reacties op een baby.
(zie: dit nieuwsbericht van het NJI)

donderdag 8 maart 2012

Stop bezuiniging kinderopvang!

GroenLinks roept ouders (en andere belanghebbenden) op het kabinet te laten weten dat er niet nog meer bezuinigd kan worden op kinderopvang. Onder het motto: Bezuinig kinderopvang niet kapot, kabinet! trapt Tweede Kamerlid Ineke van Gent donderdag een digitale ansichtkaartenactie af. Met een kaartje naar het Catshuis kunnen ouders laten weten dat bezuinigingen op de kinderopvang moeten stoppen, genoeg is genoeg. Ook als je geen GroenLinks-stemmer bent, kun je een signaal afgeven aan het kabinet.

Teken het kaartje hier: bezuinig de kinderopvang niet kapot!


woensdag 9 november 2011

Meelezen versus voorlezen

Effect van meelezen op sociaal-emotionele ontwikkeling
Kleuters kunnen complexe emoties zoals verlegenheid en jaloezie beter begrijpen als de volwassene zich meer opstelt als meelezer in plaats van voorlezer. Een gelijkwaardig gesprek over een (prenten)boek met kleuters heeft meer effect op de sociaal-emotionele ontwikkeling. Dit blijkt uit onderzoek van Aletta Kwant.

Taalontwikkeling
Op 10 november promoveert Kwant met haar resultaten aan de Rijksuniversiteit van Groningen. Dat prentenboeken een positief effect hebben op de taalontwikkeling van kleuters was al langer bekend, maar nog niet eerder werd het effect op de sociaal-emotionele ontwikkeling aangetoond.

Uitlokkingsstrategie
Wat vaak gebeurt tijdens het voorlezen, is dat de lezer vragen stelt over het verhaal aan de kinderen, ook wel de uitlokkingsstrategie genoemd. ‘Door zelf lezersreacties te geven plaatst de volwassende zich als medelezer naast de kinderen, wat een gelijkwaardiger gesprek oplevert,' verduidelijkt Kwant. 'De lezersreacties van de volwassene vormen hierbij de eerste aanzet tot een gesprek. Daarna helpen gespreksstimulerende aanwijzingen zoals vervolgvragen de volwassene verder om in gesprek te gaan met de kinderen.'

Complexe emoties versus basisemoties
Voor het onderzoek heeft een panel van experts eerst criteria ontwikkeld waarmee prentenboeken geselecteerd konden worden. Daarna analyseerde Kwant de inhoud van de boeken. Meelezen helpt vooral om complexe emoties te begijpen zoals verlegen, jaloers en schuldig. Basisemoties zoals bang, blij, boos en verdrietig worden ook beter begrepen wanneer de volwassene meelas in plaats van voorlas. Maar deze verschillen waren veel minder groot dan bij complexe emoties. Voor het onderzoek onderzocht Kwant 20 kleutergroepen op 19 verschillende basisscholen. De helft van de groepen volgde het reguliere programma; de andere helft kreeg het speciale voorleesprogramma aangeboden.   

Bronnen: www.kinderopvangtotaal.nl, www.rug.nl

donderdag 30 juni 2011

Kinderopvang Nederland presenteert uitkomsten kwaliteitsmonitor

Kinderopvang Nederland, de holding van Allio, Partou en Skon, heeft de sector op de hoogte gebracht van de resultaten van de NCKO-Kwaliteitsmonitor. In deze nulmeting is vastgesteld dat de groepen van deze werkmaatschappijen vergelijkbaar scoren als het laatste algemene kwaliteitsonderzoek van het NCKO.
Basale pedagogische vaardigheden in orde - Hoewel de Kwaliteitsmonitor niet op precies dezelfde manier de kwaliteit meet als het NCKO-kwaliteitsonderzoeken, zijn wel dezelfde tendensen zichtbaar uit het laatste NCKO-onderzoek. De pedagogisch medewerkers beheersen de basale pedagogisch vaardigheden redelijk goed (ze gaan sensitief om met kinderen, tonen respect voor de autonomie en kunnen structureren en grenzen stellen). Op ontwikkelingsstimulering en het stimuleren van interacties tussen kinderen scoren de pedagogisch medewerkers beduidend minder. Ook in de groepen van KN is de kwaliteit op babygroepen en verticale groepen wat minder dan op horizontale dreumes- en peutergroepen.
Factoren in kwaliteit - Het onderzoek bij KN is door NCKO ook gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek naar bepalende factoren in de pedagogisch kwaliteit. Dit heeft een aantal inzichten opgeleverd. Zo blijkt de pedagogische kwaliteit van pedagogisch medewerkers samen te hangen met het krijgen van vakinhoudelijke cursussen en coaching on the job, zoals VIB. Andere achtergrondkenmerken, zoals jaren werkervaring, leeftijd, BOL of BBL-opleiding, en niveau 3 of 4 lijken niet samen te hangen met de pedagogische kwaliteit. Andere factoren die samen blijken te hangen met de pedagogische kwaliteit zijn: de expertise van leidinggevenden (opgedaan in pedagogische cursussen), het werken met een VVE-programma, en het regelmatig nieuwe pm'ers in het team.
Verbeteren - Pico Kuiper, directeur van Kinderopvang Nederland, zegt blij te zijn met de uitkomsten van het onderzoek. 'Voor ons is nu op locatieniveau bekend wat er goed gaat en wat er nog verbeterd kan worden. Dit geeft ons aanknopingspunten om de kwaliteit verder omhoog te brengen. Voor de sector heeft dit onderzoek ook mooie inzichten en resultaten opgeleverd, waardoor we sectorbreed betere inzichten hebben in de factoren van de pedagogische kwaliteit.' Kinderopvang Nederland zal dit onderzoek over een paar jaar herhalen om te kijken of de kwaliteit gestegen is. KN maakte tijdens het symposium ook bekend te starten met een eigen opleiding voor pedagogisch medewerkers, in samenwerking met het Da Vinci college in Dordrecht. Het onderzoeksrapport is te downloaden op overmorgen.info
Bron: kinderopvangtotaal.nl

donderdag 9 juni 2011

Laat de kinderopvang niet vallen!

Vakbond Abvakabo FNV is faliekant tegen de bezuingingsplannen op de kinderopvang en het afschaffen van een aantal kindregelingen en is een (handtekeningen)actie gestart. Eind juni moet de petitie worden aangeboden aan minister Kamp.

Wat wil de vakbond:
- kwalitatief goede en pedagogisch verantwoorde kinderopvang: het kind centraal.
- voor alle ouders toegankelijke en betaalbare kinderopvang.
- goed opgeleide pedagogisch medewerkers
- volwaardige arbeidscontracten voor de medewerkers in de kinderopvang
- doorlopende dagarrangementen voor schoolgaande kinderen.
- een gevarieerd aanbod aan activiteiten.
- carrière- en doorstroommogelijkheden voor werknemers in kinderopvang en bso.

Teken hier de petitie van de FNV tegen de bezuinigingen in de kinderopvang:

Petitie 'laat de kinderopvang niet vallen!'

woensdag 8 juni 2011

Overheid voert zwalkend kinderopvangbeleid

De Nederlandse overheid lijkt weinig visie te hebben als het op kinderopvang aankomt. In De Volkskrant van 8 juni is te lezen dat de kinderopvang door de nieuwe bezuinigingsvoorstellen weer net zo duur is als voor de Wet Kinderopvang. Directeur van van de Kober Groep Walter Bakx beaamt in BN de Stem: "Ik werk 16 jaar in de kinderopvang en heb nog nooit drie jaar achter elkaar hetzelfde beleid meegemaakt".
Stagnatie van investeringen De Scandinavische aanpak wordt steeds als voorbeeld genoemd. Vooral in Finland en Denemarken wordt consistent kinderopvangbeleid gevoerd met als gevolg dat ouders vertrouwen hebben in de sector omdat ze erop aankunnen dat het betaalbaar en bereikbaar blijft. "Elke ingreep in de kosten, hoe klein ook, zorgt voor onrust bij ouders en stagnatie van de investeringen in extra kindplaatsen door de ondernemers in de kinderopvang" aldus De Volkskrant. In een interview met Radio 1 vult BOinK-voorzitter Gjalt Jellesma aan: "In landen om ons heen hebben ze wel begrepen dat kinderopvang noodzakelijk is voor economische groei." Als voorbeeld noemt hij Denemarken waar de meeste vrouwen fulltime werken en vijf dagen per week gebruikmaken van kinderopvang. Omdat hun werkdagen om 7 uur beginnen en om 15.30 uur eindigen, blijft er voldoende tijd over voor elkaar en ervaren ouders veel minder gejaagdheid dan in Nederland.
Arbeidsparticipatie vrouwen In Nederland werken ook veel vrouwen, alleen dan bijna altijd wel parttime. Met gemiddeld 24 uur per week is de arbeidsparticipatie van Nederlandse vrouwen gemiddeld het laagste van Europa. Maar tegelijkertijd is één op de drie vrouwen hier wel financieel onafhankelijk. Veel ouders weten nog niet goed wat de gevolgen van de bezuinigingen zijn voor hun portemonnee. Dat geldt ook voor Carola Segeren (33), moeder van twee jonge kinderen en parttime werkzaam. In BN De Stem zegt zij: "Het kan zijn dat we dan gaan kijken of oma iets voor ons kan betekenen. Of dat mijn man iets vaker thuis kan werken." Het CPB heeft berekend dat de arbeidsparticipatie naar aanleiding van de berekeningen daalt met 0,1 procent. Veel ondernemers en ouders zetten hun vraagtekens bij deze berekening.
Bron: kinderopvangtotaal

woensdag 25 mei 2011

Peuteronderwijs

Een landelijke proef waarbij peuters vanaf tweeënhalf jaar met een leerachterstand zich kunnen ontwikkelen op een basisschool, begint komende zomer. Doel van de proef is de prestaties van jonge leerlingen met een (taal)achterstand vroegtijdig en spelenderwijs te verbeteren. Zo kunnen deze 'startgroepkinderen' alsnog een vliegende start maken op het moment dat ze 'echt' naar de basisschool gaan.
De pilots voor peuteronderwijs zullen plaatsvinden op de groep op het kinderdagverblijf / de peuterspeelzaal. Minister Van Bijsterveldt van Onderwijs vindt het slepen van peuters van school naar de opvang en weer terug niet wenselijk. Dit zegt zij in haar beantwoording op een brief van kinderopvangorganisatie MIK uit Maastricht.
Het project peuteronderwijs dat op 30 pilotlocaties van start gaat, valt onder de verantwoordelijkheid van het schoolbestuur. Dat betekent dat de kinderopvang het project faciliteert, maar niet de inhoudelijke verantwoording draagt. Voor de pilots wordt naast een beroepskracht voorschoolse educatie (mbo-3 niveau) een begeleider voorschoolse educatie aan het team toegevoegd die hbo-geschoold is en de bevoegdheid heeft om als leerkracht te functioneren. Kinderopvangorganisatie MIK had per brief zorgen geuit over de pilot voor peuters. Ze vroeg zich af of het peuteronderwijs de huidige samenwerking tussen kinderopvang en onderwijs niet teveel doorkruist. Volgens minister Van Bijsterveldt bouwt de pilot juist voort op een gezamenlijke visie van kinderopvangorganisaties, peuterspeelzalen en scholen.
De effecten van de startgroepen voor peuters zullen worden onderzocht en worden afgezet tegen de resultaten van peuters die een vve-programma volgen op het kinderdagverblijf/de peuterspeelzaal die niet aan de pilot meedoen. Er is per jaar 2 miljoen euro beschikbaar om aan deze pilot te werken. Alleen schoolbesturen kunnen een aanvraag indienen om aan de pilot mee te doen. In totaal gaan er 30 pilots van start. Drie van de pilots vinden in ieder geval plaats in de krimpregio's waaronder Parkstad Limburg. In de startgroep worden minimaal vijf dagdelen van 2,5 uur per week, of 12,5 uur per week voorschoolse educatie aangeboden.

woensdag 18 mei 2011

Geen verplicht uurtarief voor kinderopvang

De Kinderopvang wordt niet gedwongen ouders per uur te laten betalen, aldus Henk Kamp (VVD). Bedrijven mogen zelf bepalen hoe zij met ouders afrekenen. Kamp vindt dat ouders en bedrijven hier zelf uit moeten komen.

“De ene ouder betaalt liever voor elf uur per dag, om zeker te zijn dat zijn kind altijd kan worden opgevangen. De andere ouder wil liever afrekenen per uur dat zijn kind daadwerkelijk is opgevangen”, aldus Kamp.

Kamp gaat wel met de brancheorganisaties in de kinderopvang praten om ze ervan te overtuigen dat ze zich flexibeler moeten opstellen. Ook wil hij dat ouders niet langer door hoeven te betalen voor buitenschoolse opvang tijdens vakanties.
“Daar moet een nette regeling voor worden getroffen.”

VVD, PVV en CDA hadden gepleit voor een uurtarief in de kinderopvang. Nu worden ouders vaak gedwongen te betalen voor uren dat hun kind helemaal niet werd opgevangen.

Vanaf volgend jaar wordt het aantal uren opvang dat ouders mogen declareren, gekoppeld aan het aantal arbeidsuren van de partner die het minste werkt. Op dit moment is het nog zo dat je als ouder recht hebt op het hele jaar kinderopvangtoeslag, als je kunt aantonen dat je één dag per jaar hebt gewerkt. Het kabinet wil dat vanaf 2012 veranderen. Ook gaat de teruggave voor ouders met de hoogste inkomens (verder) omlaag.
Voor kinderen die op de dagopvang zitten, mag 140 procent van het aantal gewerkte uren worden gedeclareerd (zo wordt bijvoorbeeld ook de reistijd gecompenseerd). Voor kinderen die gebruikmaken van de buitenschoolse opvang, mag 70 procent worden gedeclareerd (omdat het kind een gedeelte van de werkdag op school zit, waarvoor geen opvangkosten betaald hoeven worden).

Bron: nrc

dinsdag 17 mei 2011

Meer kwali-tijd voor ouder en kind

Ouders besteden bijna twee keer zoveel tijd aan hun kinderen als in 1980. Dat is een van de conclusies uit het Gezinsrapport 2011: Een portret van het gezinsleven in Nederland van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), dat dinsdag aan staatssecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanten (VWS) wordt gepresenteerd.

Het rapport geeft een beeld van hoe het gesteld is met gezinnen in Nederland en behandelt onderwerpen als gezinsvorming, inkomen en opvoeding. Bijna veertien uur per week steken moeders gemiddeld in het zorgen voor en opvoeden van hun kinderen. Vaders volgen op gepaste afstand met ruim zes uur per week. De meeste ouders ervaren de combinatie van hun werk en de opvoeding als ''druk maar verrijkend'', aldus het rapport. Alleenstaande ouders zeggen echter meer moeite te hebben met opvoeden. Kinderen uit eenoudergezinnen lopen bovendien een groter risico om fysieke en psychische problemen te krijgen, zo staat in het onderzoek.

Het Gezinsrapport rept ook over de financiële gezinssituatie in Nederland. Ruim 6% van de kinderen groeit in relatieve armoede op en komt uit een gezin dat niet genoeg financiële middelen heeft voor basisbehoeften als voedsel en kleding. Dit percentage is hoger dan in 2008 en is gegroeid door de kredietcrisis. Kinderen uit een gezin met een laag inkomen hebben anderhalf tot drie keer zo vaak sociaal-emotionele problemen als leeftijdsgenoten uit gezinnen met een hoger inkomen. Ook in deze categorie hebben ouders vaker problemen met opvoeden dan in andere groepen.

Opvallend is dat 63% van de Nederlanders het afkeurt als een vrouw wel een kind wil, maar geen partner. Drie kwart van de ondervraagden geeft aan dat kinderen het beste in een tweeoudergezin kunnen opgroeien. Slechts 15% vindt dat een kind moet opgroeien in een gezin met gehuwde ouders. Voor het onderzoek zijn bijna 2700 ouders geraadpleegd.

Bron: ANP

zondag 23 januari 2011

How2talk2kids

Soms vind ik zulke leuke of interessante dingen (spelmateriaal, activiteiten en heel veel boeken) dat ik het jammer vind dat ik zelf (nog) geen kind heb. Wanneer een vreemde me vraagt of ik kinderen heb, antwoord ik vaak “ja, een stuk of tachtig”, want zo voelt het toch een beetje. Het zijn wel niet echt mijn kinderen maar het zijn stuk voor stuk wezentjes waar ik me verantwoordelijk voor voel en een bepaalde band mee heb. Zelfs al zie ik sommigen maar een paar uurtjes per week. Ze vormen een belangrijk onderdeel van mijn dagelijks leven. Een prima excuus voor al die leuke en boeiende dingetjes, toch?

Een andere manier van communiceren met kinderen
Voorbeeldje: het boek ‘how2talk2kids’ van Adele Faber en Elaine Mazlish. Een praktische handleiding voor effectief en respectvol communiceren met kinderen. De methode is ontstaan in de jaren ’70 en gebaseerd op de theorieën van klinisch psycholoog Haim Ginott. Hij benoemt een aantal vaardigheden voor opvoeders die ervoor kunnen zorgen dat het kind meer verantwoordelijkheid neemt voor zijn gedrag en leert om zelf oplossingen te bedenken.
 
  • Ontken of negeer de gevoelens van een kind nooit.
  • Alleen het gedrag wordt gezien als onacceptabel, niet het kind zelf.
  • Depersonaliseer negatieve interactie door alleen het probleem te benoemen (“ik zie een rommelige kamer”) in plaats van te (ver)oordelen.
  • Verbind regels aan dingen (“andere kinderen zijn niet om te slaan”).
  • Afhankelijkheid is een voedingsbodem voor vijandigheid, laat kinderen zelf doen wat ze zelf kunnen.
  • Kinderen moeten leren kiezen, in eerste instantie uit beperkte opties (“wil je vandaag je rode of je blauwe trui aan?”).
  • Beperk kritiek tot een specifieke gebeurtenis en gebruik geen woorden als ‘nooit’ of ‘altijd’ (“je luistert nooit” of  “je knoeit altijd”).
  • Gebruik geen woorden waarvan je niet wilt dat je kind ze herhaalt.
  • Wanneer je houding vijandig is, zullen de door jou genoemde feiten niet overtuigend zijn voor het kind.
  
Dr. Haim Ginott (1922-1973)
Meer zelfvertrouwen en een positiever zelfbeeld
Ginott was naast psycholoog ook kindertherapeut en coach van oudergroepen. Hij leerde opvoeders om kritiek te geven zonder gemeen te worden, om te prijzen zonder een oordeel uit te spreken, om boos te worden zonder te kwetsen en om gevoelens te erkennen zonder die te beoordelen. Hij leerde volwassenen zo te reageren dat kinderen vrijwel automatisch meer op zichzelf gaan vertrouwen, waardoor ze een positief zelfbeeld ontwikkelen.

In dit boek staan elementen die doen denken aan de Solter-methode en ook de ik-boodschap van Gordon komt om ’t hoekje kijken. How2talk2kids werkt zonder straffen-belonen of time-outs. Het biedt alternatieven voor straf waardoor het kind leert dat bepaald gedrag bepaalde consequenties heeft. Belonen wordt vervangen door waarderen, belangstelling tonen en stimuleren. Er wordt veel belang gehecht aan duidelijke, veilige grenzen waarbinnen het kind autonomie en keuze heeft. En de opvoeder leert democratisch te zijn zonder toegeeflijk te worden.

Dankzij How2talk2kids leren ouders en opvoeders te communiceren op een andere manier, waardoor de relatie met het kind in positieve zin verandert. Ouders en opvoeders kunnen beter omgaan met negatieve gevoelens (woede, frustratie) van hun kind. Ze stellen grenzen en er is discipline, terwijl de relatie met het kind goed blijft en zich zelfs verdiept. Het kind neemt verantwoordelijkheid voor zijn gedrag en draagt zelf oplossingen aan. Hierdoor krijgt het kind meer zelfvertrouwen en een positiever zelfbeeld. Ouders ervaren een prettige verandering als ze de vaardigheden toepassen; het kind voelt zich begrepen.

Gekibbel en gesteggel 
Heleen de Hertog (moeder van 4 kinderen) is verantwoordelijk voor de Nederlandse versie van het boek. Deze maand is een nieuw how2talk2kids-boek verschenen: ‘broers en zussen zonder rivaliteit’. Heleen over how2talk2kids:

“Wat ouders nog kunnen leren? Ze kiezen vaak onbewust een kant. Als Thomas zijn kamer heeft opgeruimd, zeggen zijn ouders bijvoorbeeld: kijk eens Bente, hoe goed Thomas heeft opgeruimd. Ze denken dat ze Thomas complimenteren en Bente aansporen ook op te ruimen. In werkelijkheid benadrukken ze de rivaliteit tussen de kinderen. Voor kinderen lijkt het of ouders partij kiezen. De kern van de theorie is dat je niet zegt: stop met ruzie maken, maar dat je het probleem uitlegt, de gevoelens benoemt en de kinderen samen een oplossing laat bedenken. Als dat lukt hebben ze allebei een goed gevoel.”

zondag 16 januari 2011

Zelfregulering kinderopvang moet beter

Belangenvereniging van Ouders in de Kinderopvang BOinK vindt dat er aan de zelfregulering in de kinderopvang een einde moet komen. Er moet meer controle komen. 'Niet alleen kindermisbruik maar ook kindermishandeling wordt vaak niet gesignaleerd' zegt BOinK op haar website. Als voorbeeld noemt BOinK een incident bij de Haagse kinderopvangorganisatie Dak dat in de doofpot verdween, maar een jaar later toch nog aan het licht kwam.
Het gaat om een peuterleidster die kinderen sloeg. Directeur van Kinderopvang Dak Kindercentra Willeke Briedé zegt dat het om een 'pedagogische tik' ging en dat de pm'er in kwestie inderdaad niet volgens het pedagogisch plan handelde. Inmiddels heeft Dak een gesprek met de moeder gehad over het incident en haar excuses aangeboden dat er niet meteen melding is gemaakt van het incident.
BOinK-voorzitter Gjalt Jellesma gaf in de studio commentaar op dit incident. Volgens hem is er in de kinderopvang sprake van verkeerde collegialiteit. 'Als je iets ziet, dan moet je op dat moment aan de bel trekken. Als kinderopvangmedewerker heb je een verplichting om elkaar hierop aan te spreken in het belang van de kinderen. Niet dat dat eenvoudig is, maar het moet wel gebeuren.' Jellesma vindt het niet verstandig dat goede kinderopvangorganisaties straks nog maar één keer in de twee jaar worden gecontroleerd. 'Je moet een kinderopvangorganisatie minstens ieder jaar bekijken. Als het personeel veranderd is, is de kwaliteit namelijk niet meer gegarandeerd.'
Bron: kinderopvangtotaal.nl, BOinK

woensdag 15 december 2010

Een lintje voor 'onze' Serv!

Serv Vinders (Childcare International) is geridderd! Onze Berlijngids heeft op het Jaarcongres van het Waarborgfonds een lintje gekregen voor al zijn waardevolle inspanningen ten bate van de kinderopvang.
Drijvende kracht achter het lintje voor Serv Vinders is Maria Jongsma van Vyvoj. Namens het CMK-fonds  heeft ze de procedure in werking gezet. 'We waren twee jaar geleden met een groep op reis in Zweden, Stockholm. Daar hebben we met elkaar een onderscheiding in elkaar geknutseld en hem aangeboden. Deze man heeft zoveel goeds gedaan voor de sector, maar hij blijft altijd achter de coulissen en is heel bescheiden. Het lijkt me meer dan terecht dat hij nu eens in het zonnetje wordt gezet.' In aanwezigheid van een groot aantal kopstukken van de Nederlandse kinderopvang en zijn familie, kreeg de nietsvermoedende Serv zijn lintje opgespeld. 
 
Dubbel en dwars verdiend wat mij betreft. Serv, gefeliciteerd!

vrijdag 3 december 2010

Kinderopvanggrondlegger Liesbeth Pot overleden

Liesbeth Pot, die wordt gezien als één van de grondleggers van kinderopvang in Nederland, is overleden. Zij stond aan de wieg van de Anti-Autoritaire Kresj en introduceerde het gedachtegoed van Reggio Emilia in Nederland.
Activiste en wetenschapper
Ruim dertig jaar zette ze zich in voor kinderopvang als activiste, wetenschapper en werkveldondersteuner bij de Werkgemeenschap Kinderopvang Nederland/WKN en het Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn/NIZW. Ze vertegenwoordigde Nederland in het Netwerk Kinderopvang van de Europese Commissie. Haar ideeën over kinderopvang zijn terug te lezen in allerlei artikelen en uitgaven zoals dit opiniestuk in Trouw dat zij in 1992 schreef. Een bekende uitspraak van haar was:
"De opvang van kinderen -mits van goede kwaliteit- is de beste garantie voor een goede en gelijke start van kinderen in de samenleving."
Pedagogische centra
In 1999 werd Liesbeth Pot koninklijk onderscheiden. Al in 1995 droomde Liesbeth van kinderopvang als ‘Pedagogische Centra voor het Jonge Kind die steun, advies en begeleiding bieden', en liep daarmee ver voor haar tijd uit.
Bron: kinderopvangtotaal

maandag 22 november 2010

Pedagogisch Kader voor de BSO is klaar!

Bureau Kwaliteit Kinderopvang laat in haar nieuwsbrief weten dat de tekst van het Pedagogisch kader kindercentra 4-13 jaar klaar is. Het duurt nog wel even voordat de tekst in boekvorm gepubliceerd en uitgegeven wordt, maar de verwachting is dat het boek in het voorjaar van 2011 uitgegeven wordt.

BKK verwacht dat het pedagogisch kader voor de buitenschoolse opvang net zo'n belangrijke rol gaat vervullen in de praktijk als het Pedagogisch kader kindercentra 0-4 jaar. Dit boek verscheen in januari 2009 en BKK maakte het mogelijk dat alle kindercentra met opvang voor 0-4 jaar één exemplaar van het boek ontvingen. Het Pedagogisch kader vormt ook de basis van het scholingsbudget dat BKK vrij heeft gegeven voor alle kinderopvangorganisaties in Nederland.

Een deel van dit belangrijke boek voor de bso is al in te zien. Het voorwoord, de inhoudsopgave en de inleiding staan op de website van BKK. Het theoretische deel is in vier delen opgemaakt. Deel één gaat over pedagogische kennis (wat hebben kinderen nodig?), deel twee gaat over pedagogische doelen (wat willen we bereiken?), deel drie gaat over pedagogische middelen (Wat doen we in de bso?) en het laatste deel gaat over profielen (thematische bso's).
Bekijk een deel van het Pedagogisch Kader Kindercentra 4-13 jaar hier.

Bron: kinderopvangtotaal

maandag 15 november 2010

Per jaar 1200 ongevallen met speelgoed

Elk jaar komen er 1200 kinderen tussen de 0 en 13 jaar op de afdeling Eerste Hulp van een ziekenhuis terecht na een ongeluk met speelgoed. Dit blijkt uit onderzoek van Consument en Veiligheid. 

Meer dan de helft zijn kinderen tussen de 1 en 5 jaar oud, zij lopen het meeste risico. Speelgoedautootjes, knikkers, driewielers en potloden zijn vaak de boosdoener.
De helft van de kinderen raakt gewond door een val, van een driewieler bijvoorbeeld, of doordat ze erover struikelen of op speelgoed vallen.
Een derde heeft zich gestoten of gesneden aan speelgoed, raakt erin bekneld of is geraakt door rondvliegend speelgoed. 15 procent heeft een voorwerp ingeslikt of in zijn neus of oor gestopt.
De helft van alle slachtoffertjes raakt gewond aan hoofd of hals of nek. Ook zijn handen en vingers relatief vaak de klos (12 procent). Bij 6 procent van de kinderen is het letsel zo ernstig, dat ze moeten worden opgenomen in het ziekenhuis.
De oorzaak ligt vaak in het onveilig gebruik van speelgoed of dat kinderen spelen met speelgoed dat niet geschikt voor hen is. Het is belangrijk dat ouders erop letten dat speelgoed past bij de leeftijd van hun kind en wat ze kunnen. Op speelgoed staat de adviesleeftijd aangegeven. Let vooral op de waarschuwing: niet geschikt voor kinderen beneden de 3 jaar. Speelgoed dat kleine onderdelen bevat is gevaarlijk voor kleine kinderen, omdat ze het kunnen inslikken waardoor verstikkingsgevaar ontstaat. Let er in dit kader ook op dat kleine broertjes of zusjes niet spelen met speelgoed dat voor het oudste kind bedoeld is.
Bron: www.veiligheid.nl

zaterdag 30 oktober 2010

De kinderombudsman

Tien jaar na het eerste wetsvoorstel gaat hij er ein-de-lijk komen: de kinderombudsman. In september heeft de ministerraad het wetsvoorstel bekrachtigd en het streven is om de kinderombudsman begin 2011 te laten starten. Om jullie een idee te geven van wat dit precies zal inhouden, volgt hieronder een samenvatting van het Unicef Factsheet Kinderombudsman.

Wat is een kinderombudsman?
Deze vertegenwoordigt de rechten en belangen van kinderen ten opzichte van de overheid. De kinderombudsman komt op voor de rechten van kinderen en houdt er toezicht op dat deze rechten door iedereen gerespecteerd en nageleefd worden. Ook adviseert hij de regering over kinderrechten.

Waar komt de term kinderombudsman vandaan?
De term ‘ombudsman’ komt uit Scandinavië. De eerste ombudsman verscheen in Zweden in 1809 en daarna volgden vele landen. De Zweedse NGO Rädda Barnen (Save the Children) stelde in de jaren 1970 een kinderombudsman in. Tijdens het Internationale Jaar van het Kind (1979) kreeg het idee internationale bekendheid. Noorwegen was het eerste land dat een onafhankelijke kinderombudsman instelde met een wettelijke basis: Barneombudet. De wet die dat effectueerde werd in 1981 door het Noorse parlement goedgekeurd. Dat was dus nog lang voordat het kinderrechtenverdrag in 1989 werd aangenomen. In 1988 werd de Noorse wet aangepast om de rol van de kinderombudsman te verbinden aan het kinderrechtenverdrag. Wereldwijd zijn er ruim 40 landen met een kinderombudsman maar in Nederland is er nog geen. De hoogste tijd dus!

Waarom een kinderombudsman?
-    Kinderen zijn afhankelijk van volwassenen (biologisch, sociaal, relationeel, economisch en juridisch).
-    Kinderen hebben geen stemrecht en geen invloed op politieke besluiten.
-    Kinderen kunnen schending van hun rechten niet zelf voorleggen aan een rechter.
-    Kinderen zijn kwetsbaar door hun afhankelijkheid van de omstandigheden waarin ze opgroeien.
-    Op basis van het kinderrechtenverdrag is Nederland verplicht om een kinderombudsman in te stellen.
-    De Raad van Europa pleit al jaren voor het instellen van een kinderombudsman in Europese landen.
-    Met het instellen van kinderombudsman laat de overheid zien dat ze kinderrechten en het kinderrechtenverdrag serieus neemt en zich verantwoordelijk voelt voor de behandeling van klachten van kinderen door een onafhankelijk bureau.

Wat doet een kinderombudsman?
-    Monitoren van kinderrechten (overzicht over alle beleidsterreinen die te maken hebben met de leefwereld van minderjarigen, adviseren over over wetgeving en beleid, toetsen of men steeds besluit en handelt in het belang van het kind)
-    Promoten van kinderrechten (garanderen en concretiseren van kinderrechten, zorgen dat kinderen een hogere prioriteit krijgen, zorgen dat kinderrechten zichtbaarder worden in overheid en maatschappij, veteren van de houding ten opzichte van kinderen, minderjarigen informeren over hun rechten, overheid en bevolking informeren over de leefwereld van minderjarigen, creëren van een kanaal waardoor de eigen mening van kinderen gehoor krijgt bij overheid en bevolking)
-    Beschermen van kinderrechten (zorgen dat ieder kind iets kan ondernemen zodra zijn rechten worden geschonden, fungeren als uiterste klachteninstantie voor minderjarigen)

Ontwikkelingen in Nederland rond de kinderombudsman
-     1982: instelling algemene ombudsman
-     1987: eerste internationale congres kinderombudswerk
-     1992: kabinet Lubbers-Kok ziet niets in kinderombudsman
-     1999: VN-Kinderrechtencomité pleit voor kinderombudsman en doet een aanbeveling aan de overheid, die hier niets in ziet
-     2000: Tweede Kamer neemt motie aan waarin de regering gevraagd wordt binnen een half jaar een concreet voorstel te doen voor het invoeren van een kinderombudsman
-     2001: SCO-Kohnstamm instituut brengt verslag uit waaruit blijkt dat er ruimte is voor een onafhankelijk instituut kinderombudsman
-     2001: na raadpleging van een jongerenpanel wordt aan de Tweede Kamer voorgesteld alsnog een kinderombudsman in te stellen, D66 en PvdA dienen een initiatief wetsvoorstel in over een kinderombudsman
-     2004: VN-Kinderrechtencomité dringt opnieuw aan om maatregelen te nemen om een kinderombudsman in te stellen
-     2007: ontstaan ministerie Jeugd en Gezin, minister laat weten met VN-Kinderrechtencomité in gesprek te gaan over de mogelijkheden
-     2007: tijdens de Kindertop laat minister Rouvoet weten dat hij een kinderombudsman wil instellen als hij overtuigd is van de toegevoegde waarde
-     2010: Eerste Kamer aanvaardt initiatief wetsvoorstel tot instelling kinderombudsman
-     2010: ministerraad heeft er op voorstel van minister Hirsch Ballin (Binnenlandse Zaken) en minister Rouvoet (Jeugd en Gezin) mee ingestemd het initiatiefwetsvoorstel Kinderombudsman te bekrachtigen

 

Op 20 november is de internationale dag van de rechten van het kind. Het zou toch mooi zijn als op deze dag meer nieuws gepresenteerd wordt. Vol verwachting klopt mijn hart...

vrijdag 29 oktober 2010

Kind op kinderdagverblijf is vaker te dik

Kinderen die naar een kinderdagverblijf gaan hebben vaker overgewicht dan andere kinderen. Dit is een van de conclusies van het onderzoek van Jessica Gubbels waarmee ze op 19 november promoveert aan de Universiteit Maastricht. Gubbels onderzocht welke factoren thuis en in het kinderdagverblijf tot overgewicht kunnen leiden bij kinderen van 0 tot 7 jaar. Vroege preventie van overgewicht is belangrijk, omdat kinderen tussen hun tweede en zesde jaar een basis kunnen ontwikkelen voor toekomstig overgewicht.
Pedagogisch medewerkers en de ruimte beïnvloeden de voeding en beweging van kinderen. Opvallend is dat kinderen meer eten als de pedagogisch medewerkers samen met hen eten. Ook eten ze meer als ze zelf het eten mogen pakken. Uit het onderzoek bleek verder dat borstvoeding beschermt tegen overgewicht, waarschijnlijk doordat borstvoeding later snackgedrag beïnvloedt. Ook bleek het stimuleren van gezond gedrag door ouders effectiever dan het verbieden van ongezond gedrag.
Bron: Universiteit Maastricht

donderdag 21 oktober 2010

Verdeling jeugdonderwerpen in nieuw kabinet

Het nieuwe kabinet is op 14 oktober beëdigd. De meeste verantwoordelijkheden van het voormalige ministerie voor Jeugd en Gezin worden belegd bij Marlies Veldhuijzen van Zanten-Hyllner, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Zij is belast met de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de AWBZ, het integraal jeugdprogramma en het Integraal Toezicht Jeugd. Ook de Inspectie jeugdzorg, de gesloten jeugdzorg voor niet-criminele jongeren en de integratie van de indicatiestellingen vallen onder de staatssecretaris.
Minister Marja van Bijsterveldt-Vliegenthart van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap gaat over onderwijs en maatschappelijke stages. Staatssecretaris Halbe Zijlstra gaat over passend onderwijs.
De verantwoordelijkheid voor de kinderopvang, het kindgebonden budget, de kinderbijslag en de tegemoetkoming voor ouders van thuiswonende gehandicapte kinderen wordt belegd bij minister Henk Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
De staatssecretaris voor Veiligheid en Justitie, Fred Teeven, is belast met het justitieel jeugdbeleid. Daaronder vallen het adolescentenstrafrecht, de Raad voor de Kinderbescherming en de Raad voor Strafrechttoepassing en Jeugdbescherming.
 (Bron: rijksoverheid)