Welkom op mijn weblog waar kind en opvoeder centraal staan. Hier vind je informatie en tips op het gebied van opvoeding en kinderopvang, verhalen en informatie over de dagelijkse praktijk van de pedagogisch medewerker, nieuwtjes, grappige kinderuitspraken en anekdotes en heel veel beeldmateriaal van activiteiten en uitstapjes. Op deze manier probeer ik mijn beroep in beeld te brengen, andere opvoeders te inspireren en zelf actief bezig te zijn met mijn passie voor pedagogiek. Zelf ben ik vakvolwassen pedagogisch medewerker op de BSO. Veel lees- en kijkplezier en laat gerust een berichtje achter!


- Wendy Hoogeveen


Posts tonen met het label ouderbetrokkenheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ouderbetrokkenheid. Alle posts tonen

vrijdag 12 november 2010

12 principes voor een succesvolle samenwerking tussen ouders en professionals (5)

Deel 1: voorwaarden voor samenwerking


Principe 5
er rekening mee houden dat ouders al kennis hebben gemaakt met veel welwillende adviseurs en goedbedoelde adviezen

Iemand wordt een ouder zodra zijn eerste kind geboren wordt en deze nieuwe rol kan onzeker maken. Deze onzekerheid kan positief opgevat worden omdat het duidt op zorg om hun kind.

Denk eens terug aan je eerste werkdagen in de kinderopvang. Vraag je als pm’er af:
  • Begreep je wat de kinderen je vertelden?
  • Begreep je wat de kinderen van jou wilden?
  • Hoe communiceerde je met de kinderen?
  • Waren het vermoeiende dagen?
  • Had je veel tijd nodig voor voorbereidingen?

Ouders hebben beschikking over vele adviseurs. Deze kunnen ouders helpen maar ook onzeker maken.

Vraag je het volgende af:
  • Hebben ouders iemand nodig die hen het ouderschap aanleert?

Waar eerder vooral oudere familieleden en vrienden als adviseur fungeerden voor jonge ouders, neemt nu de gespecialiseerde kennis toe en zijn er steeds meer professionele adviseurs. Denk aan psychologen, consultatiebureaus, kinderartsen, sociaal werkers, leraren, pedagogisch medewerkers. Door deze veelheid aan deskundigen kunnen ouders het idee krijgen ‘het niet alleen voor elkaar te krijgen’. Doordat de professionele adviseurs hun deskundigheid benadrukken, zwakken ze (vaak onbedoeld) het gevoel van deskundigheid van de ouders af. Worden ouders hierdoor onzekerder of stelt het hen juist gerust dat er zoveel mensen over hen waken? Van alle kanten krijgen ouders advies, gevraagd en ongevraagd. Ga er als pm’er vanuit dat elke ouder het beste met zijn kind voorheeft. Ze vertrouwen jou de zorg voor hun kind toe. Stel je op als partner in opvoeding, geef de ouder een gevoel van gelijkwaardigheid en denk goed na voordat je begint te adviseren.

dinsdag 9 november 2010

12 principes voor een succesvolle samenwerking tussen ouders en professionals (4)


Deel 1: voorwaarden voor samenwerking

Principe 4
letten op de barriere tussen instelling en ouder, er rekening mee houden dat ouders al eerdere ervaringen gehad hebben die hen mogelijk tot voorzichtigheid of scepsis aanzetten

Een kinderdagverblijf/bso is een instelling. Veel mensen hebben slechte ervaringen met overheidsinstanties en andere instellingen. Ze moeten bijvoorbeeld lang wachten, worden als nummer behandeld of krijgen onbegrijpelijke informatie.

De uitnodiging tot samenwerking is pas geloofwaardig wanneer de toegang tot de instelling laagdrempelig is. Soms staan wachtlijsten, moeilijke bereikbaarheid en bureaucratie dit in de weg. Ook kan het gevoel van ongelijkheid een probleem vormen. Wanneer een ouder de leidster als meer deskundig ziet, zal de ouder zich misschien afhankelijk of juist defensief opstellen. Voor pm’ers is het belangrijk dat ze vertrouwen wekken bij de ouders zodat de ouders hun  bekwaamheid waarderen. Zodra deze positieve ervaring is opgedaan, is er een basis gelegd voor samenwerking.

Voor de pm’er geldt dat zij rekening houdt met het gegeven dat ouders eerder misschien negatieve ervaringen hebben opgedaan met instellingen. De pm’er moet er respect voor hebben dat ouders zich in eerste instantie wat gereserveerd opstellen. Het is aan de pm’er om mogelijkheden de creëren waarin de ouders positieve ervaringen opdoen. Ook is het belangrijk dat ouders als individuen benaderd worden, niet als groep.

zondag 7 november 2010

12 principes voor een succesvolle samenwerking tussen ouders en professionals (3)

Deel 1: voorwaarden voor samenwerking

Principe 3
de precieze taak van jouw instelling verduidelijken om een realistisch raamwerk voor samenwerking te ontwikkelen

Kinderopvang is een aanvulling op de opvoeding thuis. Kinderopvangcentra hebben verschillende concepten, randvoorwaarden en tradities. Zo ligt bij de ene instelling het zwaartepunt op vorming en bij de andere juist op verzorging. Er zijn instellingen die zich op een bepaalde leeftijdscategorie richten, op kinderen met bijzondere opvoedbehoeften of op kinderen uit een bepaalde regio. Een instelling kan uitsluitend op kinderopvang gericht zijn maar kan ook deel uitmaken van een andere instelling, zoals een openbare school. Uit de doelstelling van de organisatie kan de aard van de instelling worden afgeleid.

Vraag jezelf het volgende af:
  • Wat moet jouw instelling bieden en aan welke wensen moet jouw instelling voldoen?
  • Kun je de volledige doelstelling van de instelling afleiden uit de naam?
  • Met welke argumenten werft jouw instelling klanten?
  • Wat verwachten ouders van jouw instelling, waarvoor moeten zij betalen?
  • Op wie zijn de activiteiten van de instelling gericht?
  • Wat zijn de kwaliteitseisen waaraan door de instelling moet worden voldaan?
  • Voor welke taken ben jij als pm’er opgeleid?

Belangrijk is dat ouders weten waarop ze kunnen rekenen wanneer ze hun kind naar de opvang brengen en dat ze het ermee eens zijn.

Stel je voor: een ouder is door arbeidsomstandigheden genoodzaakt het kind naar de opvang te brengen. Oudereducatie is een vast onderdeel van het aanbod van de instelling. Binnen dit concept zijn ouders dus een aparte doelgroep voor pedagogische beïnvloeding. Er zijn ouders die zich om deze reden bij deze specifieke instelling aanmelden. Maar zit bovengenoemde ouder op dit aanbod te wachten? Daar mag niet zomaar vanuit gegaan worden.

Stel je ook voor: een pm’er breidt op eigen initiatief haar takenpakket uit omdat ze onderkent dat ouders behoefte hebben aan informatie. Daarop kan heel verschillend gereageerd worden. Zijn de ouders verheugd omdat ze er zelf niet naar durfden te vragen? Zijn de ouders verbaasd of zelfs geërgerd omdat ze zich voor schut gezet voelen? Nemen ouders het aanbod aan omdat ze bang zijn dat afwijzen negatieve gevolgen kan hebben voor hun kind?

Partnerschap in samenwerking veronderstelt dat ouders en pm’ers elkaar accepteren zoals ze zijn. Oudereducatie veronderstelt dat ouders iets moeten leren, dat ouders iets moeten veranderen en de pm’er niet. Zo ontstaat een ongelijkwaardige verhouding en wordt samenwerking lastig.

Denk er dus over na hoe je een ouder neerzet. Als passieve ontvanger van diensten die zij volgens jou nodig hebben? Of als gelijkwaardige partner in opvoeding?

zaterdag 6 november 2010

12 principes voor een succesvolle samenwerking tussen ouders en professionals (2)

Deel 1: voorwaarden voor samenwerking

Principe 2
nagaan of jouw belangen, de belangen van ouders en de belangen van de instelling bij elkaar passen

Het is niet vanzelfsprekend dat ouders en pm’ers dezelfde belangen hebben maar het is wel iets dat bereikt kan worden. Opvoeding is een gezamenlijk motief. Echter, de pm’er voedt op omdat het haar werk is, de ouder laat de opvoeding gedeeltelijk los om zelf te kunnen werken.

Vraag jezelf het volgende af:
  • Wat zijn jouw belangen als pm’er?
  • Werk je graag volgens jouw denkbeelden over opvoeding?
  • Geniet je van de genegenheid van kinderen?
  • Heb je als pm’er de erkenning van ouders nodig?
  • Ken je de belangen van ouders?
  • Hebben ouders zonder meer vertrouwen in jou als professionele kracht?
  • Ken je de belangen van jouw organisatie?
  • Wordt ouderparticipatie gestimuleerd en zo ja, hoe en waarom?

Ouders en pm’ers kunnen verschillende opvattingen over opvoeding hebben, terwijl zij hetzelfde belang hebben (zo goed mogelijke opvoeding van het kind). Dit kan discussie opleveren en daardoor kan een soepele samenwerking gevaar lopen.

Stel je voor: het gemeenschappelijke doel is het zo goed mogelijk opvoeden van het kind. Het belang van de pm’er kan zijn: het vergroten van de beroepsstatus en het veiligstellen van de arbeidsplaats. Het belang van de ouder kan zijn: eisen stellen aan het pedagogisch handelen van de pm’er. Over deze belangen kan niet onderhandeld worden. Ze zullen als gegeven geaccepteerd moeten worden. Ouders en pm’ers moeten zich concentreren op wat zij samen kunnen doen om hun gemeenschappelijke doel te bereiken.

vrijdag 5 november 2010

12 principes voor een succesvolle samenwerking tussen ouders en professionals (1)

Tijdens mijn bezoek aan de Kindvakbeurs heb ik een boek over samenwerken met ouders meegenomen. Het wekte mijn interesse niet alleen omdat deze samenwerking een wezenlijk onderdeel van mijn dagelijkse werk vormt maar ook omdat het geschreven is door Annette Hautumm, één van de begeleiders van mijn studiereis naar Berlijn. In Berlijn staan ouders binnen de kinderopvang hoog in het vaandel. MIK wil graag gebruik maken van de expertise van buitenlandse kinderopvangorganisaties. De visie van MIK is ‘partner in opvoeding’. Pedagogische inspanningen hebben pas succes wanneer ze stroken met de ideeën van de ouders. Reden genoeg dus om dit onderwerp eens onder de loep te nemen.


Deel 1: voorwaarden voor samenwerking

Principe 1
verduidelijken wat samenwerking en partnerschap voor jou betekenen en waar je naar streeft

Vraag jezelf het volgende af:
  • Wat wil je als leidster in jouw relatie met ouders bereiken?
  • Wil je met ouders samenwerken en zo ja, aan welke taken?
  • Hoe moet de taakverdeling georganiseerd worden?
  • Wil je de partner van ouders worden en hoe zie je dit partnerschap concreet voor je?

Het doel is samenwerking tussen ouders en pm’ers. Om dit te bereiken moeten ouders en pm’ers een partnerschap aangaan. Dit wil concreet zeggen: eerlijk zijn tegenover elkaar, elkaar vertrouwen, bewust zijn van gezamenlijke verantwoordelijkheid. De moeilijkheid hieraan is dat de voorwaarden ‘moreel geladen’ zijn. Geef je toe dat je wel eens oneerlijk bent? Geef je toe dat je ergens weinig vertrouwen in hebt? Beken je je eigen onvolkomenheden?

Samenwerking staat voor gezamenlijke inspanning. Samenwerking maakt doelgerichte afspraken en activiteiten mogelijk. Het opent nieuwe deuren maar biedt ook de mogelijkheid dat er wel eens iets mis kan gaan. Onthoud dat uit fouten net zoveel geleerd kan worden als uit gezamenlijk behaalde successen.

Kenmerken van goede samenwerking zijn:
  • De doelen zijn door de ouders en de pm’ers samen opgesteld en bevestigd.
  • De ontwikkeling van de samenwerking vereist tijd en energie van beide partijen.
  • De samenwerking berust op gemeenschappelijke ervaring.
  • De samenwerking heeft een helder kader.
  • In de samenwerking wordt elk aandeel als gelijkwaardig erkend.
  • De samenwerking is gebaseerd op gelijke rechten voor ouders en pm’ers.

zaterdag 16 oktober 2010

Berlijntip: verteltassen

Idee
De verteltasjes zijn kleine, aantrekkelijk vormgegeven tasjes die op de groep aan een kapstok of haakje hangen. In die tasjes zitten een aantal voorwerpen die betrekking hebben tot een bepaald onderwerp. Naar aanleiding van de voorwerpen kan een verhaal verteld of een gesprek gevoerd worden, een spel gespeeld of een liedje gezongen worden. Het idee van de verteltas is niet nieuw maar wordt nog lang niet overal toegepast.



“De verteltas komt oorspronkelijk uit Groot-Brittannië en werd ontwikkeld door onderwijzer Neil Griffiths. Het leek hem leuk en nuttig om ouders meer bij de school te betrekken en tegelijkertijd de taalontwikkeling van leerlingen een impuls te geven. Hij nodigde daarom ouders uit  om ‘story sacks’ te komen maken: stoffen tassen met daarin een prentenboek en andere materialen die bij het verhaal in het boek aansluiten. De tassen konden in de klas worden gebruikt maar leerlingen mochten ze ook lenen.”

Toepassen
Dit idee is zo over te nemen. Het stimuleert de taal en fantasie van de kinderen en ze leren over een specifiek thema. Het grappige is dat aan de hand van hetzelfde tasje steeds weer andere verhalen ontstaan. De kinderen kunnen zelf ook relevante dingen in het tasje doen. De ouderbetrokkenheid kan vergroot worden door de tasjes uit te lenen. Wellicht zijn er ouders die het leuk vinden om zelf een verteltas te maken voor jouw centrum. Het is ook leuk om een praktische ouderavond te organiseren rondom de verteltassen en er samen mee aan de slag te gaan. Je kunt een tas op de groep gebruiken om een thema te introduceren of in specifieke situaties voor een bepaald kind gebruiken (bijvoorbeeld de geboorte van een broertje of zusje). Het is tevens een zeer geschikte methodiek om toe te passen in VVE-programma’s.

Wat heb je nodig?
Tasjes, kleine voorwerpen omtrent het thema, haakje of kapstok om de tasjes op te hangen.

Voorbeeld
Kindercentrum Bunderbos maakt al gebruik van de verteltasjes. Ze zijn ontwikkeld door pedagogiekstudenten van de Haagse Hogeschool. In de tasjes zitten materialen rondom het thema zoals spelletjes, een knuffel of handpop, een boekje en attributen die in het boekje voorkomen. Ook zit er een cd in met liedjes rondom het thema, een ingesproken versie van het boekje en een handleiding voor ouders. Ouders kunnen het tasje lenen om thuis de taalontwikkeling van hun kind te stimuleren. Tegelijkertijd vergroten ze het vertel- en voorleesplezier.

Meer info
Nederlands kenniscentrum verteltassen (onderwijs): www.verteltas.nl

zondag 3 oktober 2010

Berlijntip: familiewand

Idee
In Berlijn zagen we in bijna alle kindercentra dat er veel aandacht was voor ‘thuis’. Een hele leuke manier om dit zichtbaar te maken vonden we de familiemuur. Op deze plaats hing van ieder kind een stukje ‘thuis’. Voor de jongste kinderen biedt vooral veiligheid en de oudere kinderen vinden het heel leuk om hun materialen te laten zien en dat van andere kinderen te bekijken. Ook de ouders worden hierbij betrokken. Zo zagen we in een INA Kita dat alle ouders een portret van hun eigen kind gemaakt hadden. Ook hadden ouders een pop gemaakt in de gelijkenis van hun kind met een foto van het kind erbij. In veel Kitas hangen fotospiegeltjes waarbij de brede lijsten beplakt waren met foto’s van thuis (papa en mama, huisdieren, de eigen slaapkamer, de lievelingsknuffel, opa en oma, etc). Als het kind in de spiegel kijkt, ziet het zichzelf omringd door vertrouwde personen, dieren en objecten. Nog een geweldig idee vond ik de geplastificeerde kaarten waarop ouders beschreven waar de naam van hun kind vandaan komt. In sommige Kitas hangen fotomapjes aan gekleurde koordjes aan de muur. Ieder kind heeft z’n eigen mapje waar het naar behoefte in kan kijken.

Wat heb je nodig?
Spiegels met een brede rand, gekleurde vellen papier, foto’s, fotomapjes, koord, een plekje aan de wand en het enthousiasme van ouders.