Welkom op mijn weblog waar kind en opvoeder centraal staan. Hier vind je informatie en tips op het gebied van opvoeding en kinderopvang, verhalen en informatie over de dagelijkse praktijk van de pedagogisch medewerker, nieuwtjes, grappige kinderuitspraken en anekdotes en heel veel beeldmateriaal van activiteiten en uitstapjes. Op deze manier probeer ik mijn beroep in beeld te brengen, andere opvoeders te inspireren en zelf actief bezig te zijn met mijn passie voor pedagogiek. Zelf ben ik vakvolwassen pedagogisch medewerker op de BSO. Veel lees- en kijkplezier en laat gerust een berichtje achter!


- Wendy Hoogeveen


woensdag 30 april 2008

Zintuiglijke ontwikkeling bij baby's

Steeds een ervaring rijker
Wanneer een baby geboren wordt, is zijn zenuwstelsel nog niet volledig gerijpt. De ontwikkeling ervan wordt
gestimuleerd door prikkels die vanuit het lichaam of uit de omgeving komen. De binnengekomen informatie gaat naar de hersenen en wordt in het geheugen opgeslagen. In dit proces leert het kindje verschillende prikkels (bijvoorbeeld zacht, rond, koud, luid, zoet, fel) te onderscheiden. Het proces van verbanden
leggen tussen wat je ziet, hoort, proeft, voelt en ruikt, wordt sensorische integratie genoemd. Door zintuiglijke ervaringen leert het kind stukje bij beetje zijn eigen lichaam en de wereld om zich heen te begrijpen. Het
zintuiglijk leren gaat vooraf aan het cognitieve leren, een kind moet eerst leren ‘grijpen’ voordat het leert ‘begrijpen’. Spel dat gericht is op het stimuleren van de zintuigen heet sensopatisch spel. We kennen allemaal de zintuigen huid, ogen, oren, neus, mond en tong maar wist je dat de evenwichtsorganen en proprioceptische sensoren (hoe een lichaam zich tot de omgeving verhoudt of hoe een lichaamsdeel zich tot de rest van het lijf
verhoudt) ook zintuigen zijn? Welke rol spelen de zintuigen voor een baby en hoe kun je deze als leidster op een speelse manier aanspreken om zo de ontwikkeling ervan te stimuleren?

De tastzin
Het eerste tasten gebeurt met de mond, zo verkent een baby zijn lijf en omgeving en leert hij onderscheid maken tussen hard/zacht, warm/koud, ruw/glad, enzovoorts. Door de baby overdag een speen in
de mond te stoppen, ontneem je hem de mogelijkheid op deze manier de wereld te ontdekken. Vanaf zes maanden vormen de handjes het belangrijkste tastzintuig. Je kunt het kind al voelend allerlei contrasten laten ervaren zoals zand en water, een warme en een koude kruik of pittenzak, een glad en een ruw stuk
textiel, een harde en een zachte ondergrond. Ook aaien, kriebelen, masseren, zachtjes blazen en knuffelen spreken de tastzin aan.

Het gehoor
Jonge kinderen horen hoge tonen het beste. Het is niet voor niets dat we intuïtief op een hoge toon tegen baby’s praten. Dit praten is belangrijk voor de ontwikkeling van het gehoor en tegelijkertijd neemt de baby de klanken en het ritme van de taal in zich op waardoor hij na een half jaar al een voorkeur ontwikkelt voor zijn moedertaal, al begrijpt hij nog niet wat je zegt. Vertel steeds wat je gaat doen zodat het kindje zich op
je stemgeluid leert focussen. Zing liedjes voor de baby of laat muziek horen. Maak allerlei geluiden (klappen, klakken met je tong, trommelen, fluiten) of laat hem spelen met materiaal dat rammelt, kraakt of piept. Lees boekjes voor en maak hierbij veel gebruik van intonatie en verschillende stemmetjes. Door met specifieke geluiden de aandacht te trekken, leert de baby gericht luisteren.

Het zicht
Baby’s zijn gefascineerd door gezichten en als leidster kun je hier eindeloos mee spelen, door gekke bekken te trekken of samen in de spiegel te kijken. Rood is de eerste kleur die een baby ziet, later trekken alle felle kleuren de aandacht, daarom zijn bijvoorbeeld gekleurde blokken aantrekkelijker dan houten. Ook glimmende en lichtgevende materialen of speelgoed met sterk contrasterende kleuren trekken de visuele aandacht van het
kind. Iets oudere kinderen vinden het heel leuk om foto’s of prentenboeken te bekijken. Daarnaast vinden jonge kinderen bewegende objecten interessant, zoals mobiles, bellen uit de bellenblaas, dartelende vlinders, rijdende treintjes, windmolentjes, handpoppen, een discobal, bubbelbuis of vloeistofprojector. Houd er rekening mee dat pasgeborenen niet verder zien dan 20 á 30 centimeter en nog niet goed kunnen focussen. Vanaf een maand of vier ziet de baby behalve vorm en contrast ook details en na een half jaar kan hij signalen uit beide ogen combineren en diepte zien.

De smaak- en reukzin
Al in de baarmoeder kan een baby de smaakverschillen in het vruchtwater proeven en vanaf dat moment begint hij voorkeuren voor bepaalde smaken te ontwikkelen. We onderscheiden vier basissmaken:
zoet, zout, zuur en bitter. Alle andere smaakgewaarwordingen hangen sterk samen met de reuk. De reuk is belangrijk voor het veilige gevoel van een baby omdat hij op die manier feilloos de geur van zijn moeder of zijn eigen knuffel kan onderscheiden van andere, vreemde geuren. De eerste geur die een pasgeboren baby
zich gewaar wordt, is dan ook die van zijn moeder en de eerste smaak waarmee hij te maken krijgt is de moedermelk, die van nature zoet is. Bij het stimuleren van de smaakontwikkeling zijn fruithapjes vaak favoriet vanwege de zoete smaak. De voorliefde voor zoetigheid is biologisch bepaald: in de natuur zijn zure en bittere smaken vaak giftig. Laat het kind langzaam kennis maken met verschillende smaken door er regelmatig mee te variëren. Duw een nieuwe smaak niet meteen met een hele hap in de mond van de baby maar smeer
bijvoorbeeld eerst iets op zijn lippen zodat hij aan de smaak kan wennen.

Het vestibulair systeem
Dit zijn de zintuigen in spieren en gewrichten die het stand-, evenwicht- en bewegingsgevoel registreren. Alle bewegingen van baby’s beginnen met het hoofd. Door de baby in allerlei houdingen vast te houden, kan hij zijn hoofdbalans oefenen. Neem de baby bijvoorbeeld zittend op schoot en beweeg hem zachtjes op en neer of heen en weer. Dit is nog leuker wanneer je liedjes zingt die bij de bewegingen passen. Wat oudere kindjes kun
je verschil in hoogte laten ervaren door te schommelen, rond te zwieren, met hem te dansen of de baby hoog in de lucht tillen en weer omlaag.

(verschenen in B4news)

maandag 28 april 2008

BSO Survive it!


Samen met een collega organiseerde ik in de meivakantie een avontuurlijke dag in het nabijgelegen park. Het zou prachtig weer worden en de bleke neusjes konden wel wat zonlicht en frisse lucht gebruiken. Door het hele park planden we avontuurlijk activiteiten die soms best wel wat moed vereisten. De kinderen deden dapper en enthousiast mee. Een klein beeldverslag:



donderdag 3 april 2008

Bijdehandjes

Ik: "Zeg, wil jij wel eens even opletten bij het oversteken?"
Kleuter: "Zeg, wil jij soms 'es in de pak-slaag-masjien?"
~
"Dit is helemaal geen leuke sneeuw, deze doet pijn!" (het hagelde)
~
S: "Ik kan al heel ver tellen."
Ik: "Oja? Tot welk getal kun jij tellen dan?"
S: "Tienhonderd. Of eigenlijk ontelbaar."
Ik: "Zo, dat is ver!"
S: "Maar ik kan eigenlijk nog verder tellen."
Ik: "Verder dan ontelbaar?"
S: "Ja maar ik weet niet hoe dat heet."
Ik: "Is er iemand die dat wel weet?"
F: "Ja! Ikke!"
Ik: "Ga je gang."
F: "Ontelbaar-en-één, ontelbaar-en-twee, ontelbaar-en-drie. Makkie!"

maandag 17 maart 2008

Bijdehandjes


"Als jij als eerste gaat dan ben ik de daarna-ste."
~
"Wanneer mag ik nou eens met de flikkerkast?" (flipperkast)
~
"Getverrr! Er zit een vinger aan mijn smeerkaas!"
~
"Wat doe jij verdikkeme buiten het hek? Ben je helemaal betoeterd!"
"De bal pakken juf, mocht zeker niet he?"
"Dat heb jij goed gezien."
"Moest ik zeker eerst aan jou vragen he?"
"Inderdaad - dat is juist."
"Ja ehh, als ik alles eerst aan jou moet vragen, blijf ik heen en weer lopen. Ik ben niet gek!"
~
N verliest bij het rennen zijn schoen en roept: "Zo dan juh! Zag je dat? Ik ging sneller dan mijn schoenen!"
~
"Meisjes hebben moedervlekken maar jongens hebben vadervlekken."
~
"Stoute schoenen! Hebben mijn veters zichzelf alwéér losgestrikt!"
~
J ziet een dikke naaktslak in de tuin, komt gillend naar binnen en roept: "er kruipt een piemel in de tuin!"
~
"Hee! G, haal je vinger uit het stopcontact!"
G doet braaf wat ik zeg en steekt dan zijn neus in het stopcontact.
"Potverdrie, ook niet met je neus erin!"
"Maar ik wou zo graag even neuzen met de muur, kijk, zitten ook ruikgaatjes in."

maandag 10 maart 2008

Baas boven baas

G: "Ik heb mijn A-diploma gehaald!"
T: "Nou en. Ik heb lekker al mijn Z-diploma. Dan moet je in de gigantische oceaan met haaien zwemmen en een schat opduiken, met zónder flippers!"

donderdag 14 februari 2008

De kinderraad als onderdeel van kinderparticipatie

In het VN-verdrag voor de rechten van het kind staat dat kinderen het recht hebben op informatie en participatie. B4kids heeft die rechten in het pedagogisch beleid opgenomen en deze komen in de praktijk tot uiting in de vorm van kinderparticipatie. Ieder centrum beschikt over een werkplan waarin concreet staat hoe hier per groep mee wordt omgegaan. Hoe ouder de kinderen zijn, hoe meer nadruk er wordt gelegd op wat kinderen belangrijk vinden. Daarom speelt vooral in de BSO kinderparticipatie een belangrijke rol. Een voorbeeld van kinderparticipatie in de BSO is de kinderraad: een groepje gekozen, vaste vertegenwoordigers die in kinderraadsvergaderingen de belangen van de kinderen bespreekt onder toezicht van een volwassen begeleider. Kindercentrum Pandora (BSO 6 tot 12 jaar) werkt al een aantal jaar met een kinderraad. Ik ging er op bezoek en woonde een vergadering bij.

Wanneer ik tegen sluitingstijd Pandora binnenkom, heerst er volop bedrijvigheid. Kinderen lopen rond met stapels borden en bekers, er klinkt gerinkel van bestek en gesis van braadpannen. Op een lege maag kun je niet vergaderen dus eerst eten we met z’n allen een maaltijd die door de kinderen zelf bereid is. Dan worden de borden verruild voor multomappen. Hierin staan de regels waaraan ze zich moeten houden, de aantekeningen van de voorgaande vergaderingen en de agenda van die avond.

Vandaag is het thema voeding. De kinderraad vindt dat er tijdens het eten te veel ongezonde dingen op tafel staan en wil onderzoeken of het gewenst is dat het aanbod gezonder wordt en wat er dan zou moeten veranderen. Er wordt druk gediscussieerd. De kinderen springen van de hak op de tak en de vergadering komt op mij behoorlijk chaotisch over. Toch sta ik er versteld van hoeveel deze kinderen weten en ze hebben werkelijk overal een mening over. Er komt van alles ter sprake: gezondheid, geloof, allergie, andere overtuigingen zoals uit principiële overwegingen geen vlees eten. Er worden zelfs voedingsmiddelen uit de kast gehaald om uit te zoeken welke producten door gezondere alternatieven vervangen zouden kunnen worden. Uiteindelijk besluiten de kinderen een enquête te houden op het centrum om de mening van de achterban te peilen en willen ze bij wijze van experiment gedurende een bepaalde periode een aantal ongezonde producten uit het beschikbare assortiment halen. Ook zullen ze een tijdje een ‘gezonde tafel’ en een ‘minder gezonde tafel’ aanbieden om te zien waar het vaakst aangeschoven wordt en moet de eerste boterham voortaan gezond belegd worden. De kinderen zijn enthousiast en tevreden met hun plan.

Na afloop praat ik met Carolina d’Andrea, een van de oprichters van de kinderraad van Pandora. De kinderraad is op democratische wijze tot stand gekomen. Eerst vonden er nominaties plaats, kinderen mochten zichzelf of anderen opgeven voor een plekje in de raad. Vervolgens werd er een verkiezing gehouden. De kinderraad bestaat uit ongeveer tien kinderen tussen acht en twaalf jaar. Ze hebben zelf regels bedacht naar aanleiding van toneelstukjes die de begeleiders speelden.
"Wij speelden bijvoorbeeld een sketch waarin we door elkaar heen praatten, de kinderen bedachten hier de regels ‘naar elkaar luisteren’ en ‘om de beurt praten’ bij. Aangezien zij deze regels zelf bedacht hebben, is het hun verantwoordelijkheid zich eraan te houden en elkaar erop te wijzen wanneer dit niet gebeurt. Het is hun vergadering. Als begeleider zorg je ervoor dat de vergadering niet uit de hand loopt maar je grijpt zo weinig mogelijk in en laat hen zoveel mogelijk de koers bepalen. Andere belangrijke aspecten in je basishouding zijn actief luisteren, je eigen mening en oordeel op de achtergrond houden en open vragen stellen. De kinderen moeten steeds centraal staan."
De kinderinspraak betreft verschillende gebieden. De kinderraad denkt bijvoorbeeld mee over activiteiten, de indeling van binnen- en buitenruimte, het aanschaffen van spelmateriaal en groepsregels. Ook de achterban wordt hierbij betrokken want al zitten er maar tien kinderen in de kinderraad, alle meningen tellen mee. Bij Pandora gebeurt dit vooral middels enquêtes.
"Kinderen leren in de kinderraad dat ze een stem hebben en dat die stem gehoord wordt als ze hem goed gebruiken. We nemen de kinderen heel serieus en nemen hier ook de tijd voor. Ze leren hoe ze zelf dingen kunnen creëren of veranderen en hier verantwoordelijkheid voor te dragen. Het stimuleert kinderen om betrokken te zijn bij hun directe omgeving. Ze krijgen volop de kans om hun wensen kenbaar te maken, mogelijkheden te vinden om deze te realiseren en leren er tegelijkertijd begrip voor op te brengen wanneer iets niet kan. De begeleiders zijn er om de kinderen in dit proces te ondersteunen."
De kinderraad is dus een prima instrument om kinderen te leren zelfstandig te denken, te onderhandelen, hun zelfvertrouwen en sociale competenties te vergroten en hun verantwoordelijkheidsgevoel te laten toenemen. Daarbij daagt het hen uit om met volwassenen van gedachten te wisselen. Dit is voor de leiding ook belangrijk. Wanneer kinderen hun mening uiten, kunnen volwassenen meer inzicht krijgen in hun belevingswereld en zo vanuit de belangen van de kinderen denken en handelen. Het is hierbij belangrijk dat je niet alleen luistert, maar dat je de kinderen de kans biedt om binnen de grenzen van het mogelijke écht iets te doen. Kinderparticipatie is voor een kind namelijk pas geslaagd wanneer hij merkt dat hij zelf het verschil kan maken.

(Verschenen in B4news)

woensdag 6 februari 2008

Bijdehandjes

"Hee, dat is ook gek. Jouw hoofd is veel groter dan mijn hoofd en toch kan ik meer onthouden!"
~
"Wij hebben thuis twee wasmachines: een natter en een droger."
~
L heeft een speelgoedauto: een Audi.
"Wil jij later ook een Audi als je groot bent, L?"
"Ja!"
"En jij dan V, ook een Audi?"
"Ja doei, dan wil ik een nieuwe!"