Nadat de kinderen vorige week geschilderd hebben met zand is het tijd om een nieuw ingrediënt te proberen: zout. We gaan voorspellen, proberen en observeren. Hoe gedraagt zout zich in water? Hetzelfde als zand? En hoe gedraagt het zich in waterverf? De kinderen worden het er al snel over eens dat de zoutkorreltjes 'dun' worden in water. Ze leren een nieuw woord: oplossen. Niet als in een raadsel of puzzel oplossen, maar als een vaste stof die opgaat in een vloeibare substantie. Wonderlijk!
Tijdens het experimenteren ontstaat er een mooi gesprek aan tafel:
"Zeewater is ook zout."
"Dus eigenlijk maken we gekleurd-zeewater-kunst!"
"Wie doet eigenlijk het zout in de zee?"
"Ik vind dat vies. Ik wou dat iemand suiker in de zee had gedaan!"
De kinderen ontdekten dat het zout beter oploste als ze 'lekker nat' verfden. Ze ontdekten ook dat als je even wacht en goed kijkt, de korreltjes langzaam in druppeltjes veranderden. Maar als je er vervolgens met een kwast overheen gaat 'verpest je het' dus bedachten de kinderen andere manieren om de verf over het papier te verdelen. Ze druppelden de verf op het blad, hielden het blad scheef en bliezen met rietjes naar de druppels. Dat leverde prachtige effecten op.