Ik heb er weer een cursus op zitten. Zo eentje waar je overlopend van inspiratie mee op het werk komt en waarvan je vol enthousiasme denkt: die inspiratie ga ik eens even omzetten in daden. Wij volwassenen denken altijd maar te weten wat goed en leuk is voor kinderen en schromen niet hen dit regelmatig onder de neus te wrijven zodat we zelf onze handen vrij kunnen maken. Wij leggen hen die normen op en gaan er min of meer vanuit dat zij deze dan vanzelf wel over zullen nemen, maar is het wel aan ons om te bepalen wat een kind leuk moet vinden? Waarom zou je er bijvoorbeeld op hameren dat een kind naar buiten gaat als hij zich binnen prima kan vermaken en helemaal niet naar buiten wil? Omdat buiten spelen leuk en goed voor je is, want dat hebben wij, de volwassenen, zo voor hem bepaald. Dat is onze norm en het kind kan er maar beter aan wennen.
Verheugd loop ik de groep op met het voornemen het kind centraal te stellen, goed te observeren en luisteren en nu eens niet de hele tijd vanuit mezelf maar vanuit het kind te denken. Zoveel tijd of moeite kan dat nooit kosten. "Ik wil voetballen!" roept een jongetje. "Dan gaan wij voetballen" roep ik terug. Nog geen twee seconden later gaat de telefoon en aangezien ik telefoondienst heb, neem ik op. Vier kinderen staan inmiddels aan mijn mouw te trekken om te vragen of ik mee ga voetballen. "Shhht!" sis ik de kinderen toe terwijl ik mijn vinger verticaal over mijn lippen leg en naar de telefoon wijs. Met een vinger in mijn oor en mijn blik afgewend (kun je nog minder geïnteresseerd overkomen op een kind?) voer ik mijn telefoongesprek. De kinderen blijven op mijn rug tikken, aan mijn arm trekken en "juhuuuf" roepen. Zien ze dan niet dat ik bezig ben?
Als ik de hoorn neerleg roepen de kinderen al springend en in koor "mogen we nu naar buiten?". "Nee jongens, ik moet eerst iets anders doen, ga maar even kleien, dat is leuk." Mijn zin echoot na in mijn hoofd: dat is leuk. Nee Wen, dat is niet leuk, dat is pure afkoperij. Zoals verwacht willen de kinderen niet kleien. Logisch, want dat lijkt niet eens op waar ze om vroegen. Ik probeer het nog een keer maar dan anders: "vraag maar even of de andere juf mee gaat". De kinderen vliegen weg om niet veel later beteuterd terug te komen. De andere juf is bezig met een schilderproject voor Vaderdag.
Ik wijs op de klok en beloof dat ik mee naar buiten ga als de grote wijzer op de drie staat. Ze gaan akkoord en besluiten alvast hun schoenen aan te trekken en op zoek te gaan naar de bal, die ze snel gevonden hebben. Haastig maak ik mijn werk af en spring ik van mijn stoel om mijn belofte waar te maken maar dan breek ik bijna mijn nek over een grote bak vol vuile vaat. Shit. Ik moet de afwas nog doen. Er suist een bal rakelings langs mijn hoofd. Geërgerd kijk ik om me heen en wijs de kinderen er streng op dat er binnen niet met de bal gespeeld mag worden. "Maar we mogen niet naar buiten" sippen de ukken met verongelijkte pruillipjes "en we willen zo graag voetballen". "Geduld!" roep ik, alsof dat de meest vanzelfsprekende deugd is die je van een vijfjarige mag verwachten.
Op mijn weg naar de afwasmachine word ik herhaaldelijk staande gehouden door ouders die willen weten waar de fietssleutel van hun zoon is, of hun dochter wel op tijd haar medicijnen gehad heeft en of zij zich nog op kunnen geven voor een studiedag. Ik ren heen en weer tussen medicijnkast, agenda en sleutelbewaarplaats, neem tussendoor nog een telefoontje aan en beantwoord een vraag van een collega. Als de grote wijzer op de zes staat begin ik met het inruimen van de vaatwasser.
Ondertussen zijn de kinderen de klok ook niet uit het oog verloren en hangen zij over het traphekje. "Juhuuuf, je zou toch met ons naar buiten gaan?". Inderdaad. Mijn schuldgevoel draait op volle toeren. In mijn haast laat ik een stapel bekers vallen. Verdorie, daar gaan mijn mooie woorden. Hoe leer ik een kind dat mijn beloftes niets waard zijn… Dit is immers niet de eerste keer dat zich een situatie als deze voordoet. "Ga maar vast naar buiten jongens, ik kom er zo aan!" roep ik terwijl ik de bekers bij elkaar raap. De kinderen stuiven het plein op en vijf minuten later kom ik hen eindelijk achterna.
Net als ik welgeteld één keer tegen de voetbal getrapt heb, word ik weggeroepen. Of ik even op de peuters kan passen want een van hen is gevallen en heeft een tand door zijn lip. Natuurlijk, mijn eigen kleuters kan ik op een afstandje ook wel in de gaten houden en aangezien ik een waardeloze voetballer ben, zullen ze me vast niet missen. Mispoes. "Hee juf! Kom je nog voetballen!?" klinkt het vanaf het bso-plein. Weer moet ik nee verkopen.
Ineens vliegt mijn collega het plein op en verzoekt me naar binnen te gaan want er is niemand op de groep en zij heeft een appeltje te schillen met een van de kleuters op het veld.
Ik sjok naar boven. Buiten spelen kan ik kennelijk wel op mijn buik schrijven vandaag. Binnen tref ik een verlaten lokaal aan; de kinderen zijn weg maar alle schilderspullen liggen nog over de tafel verspreid. Wanneer ik wil beginnen met opruimen komt de grootste voetbalfanaat met een somber gezicht naar me toe geslenterd. Van de andere juf mocht hij niet buiten spelen omdat hij geen jas bij zich had en zij vond het daar te koud voor dus is hij naar binnen gestuurd. "Kan ik eindelijk naar buiten, mag het weer niet" zucht hij. De teleurstelling druipt er vanaf en terwijl ik hard nadenk over wat ik nu moet zeggen, vervolgt hij: "en binnen kan ik gewoon niks leuks doen".
Ik kan nog net op mijn tong bijten voordat ik mijn standaard reactie geef; het opnoemen van alternatieven die heus wel leuk zijn. Dan denk ik aan de cursus. Luisteren naar het kind, tijd maken voor het kind, het kind centraal. "Ja" beaam ik met een licht sarcastische ondertoon, "er is hier binnen inderdaad niets leuks te doen, geen bal aan eigenlijk hè?". Het kind schudt van nee. "We zouden ons natuurlijk een potje kunnen gaan zitten vervelen, maar weet je wat ik ook voor je in de aanbieding heb?". Het jongetje kijkt me benieuwd aan. "Een heleboel stomme dingen!".
Nu kijkt hij verbaasd, wacht even en vraagt dan bedenkelijk "zoals wat dan?". Ik wijs naar een grote verzameling vieze kwasten in de wasbak en draai met een vies gezicht de kraan open. "Hier, moet ik allemaal schoonmaken, bah!". Het kind lacht. Ik zeg niks, ga door met vieze gezichten trekken en kwasten spoelen. Dan komt hij naast me zitten, verdeelt de kwasten, maakt voor ons allebei een schone-kwasten-potje en gaat ijverig aan de schoonmaak. We discussiëren over de beste manier om een kwast schoon te krijgen, maken regenbogen in de wasbak door verschillende kleuren verf onder de kraan te houden, spetteren en kliederen en maken zo nu en dan ook nog eens daadwerkelijk een kwast schoon.
Tien minuten later komt zijn moeder binnen. "Ben je niet buiten?" vraagt ze verbaasd. Trots laat hij zien waar we mee bezig zijn. "We doen stomme dingen en het is hartstikke leuk!" vertelt hij, vrolijk zwaaiend met een kwast. Moeder fronst. "Had je geen zin om te voetballen dan?" is de volgende vraag. "Voetballen kan ik straks thuis nog, maar kliederen mag ik niet van jou" zegt hij. Ik geef het jongetje een knipoog en haal met een quasi onschuldig gezicht mijn schouders op richting moeder. Gelukkig, ik heb het vandaag niet compleet verprutst. Ik ben me er wel weer even goed van bewust dat je in de kinderopvang geen tijd hebt, maar moet maken.
Welkom op mijn weblog waar kind en opvoeder centraal staan. Hier vind je informatie en tips op het gebied van opvoeding en kinderopvang, verhalen en informatie over de dagelijkse praktijk van de pedagogisch medewerker, nieuwtjes, grappige kinderuitspraken en anekdotes en heel veel beeldmateriaal van activiteiten en uitstapjes. Op deze manier probeer ik mijn beroep in beeld te brengen, andere opvoeders te inspireren en zelf actief bezig te zijn met mijn passie voor pedagogiek. Zelf ben ik vakvolwassen pedagogisch medewerker op de BSO. Veel lees- en kijkplezier en laat gerust een berichtje achter!
- Wendy Hoogeveen
donderdag 12 juni 2008
woensdag 21 mei 2008
De opvoedadviesindustrie: Furedi vs Frost
Als je kind niet ophoudt met schreeuwen, dan:
a) geef je hem een dreun om hem te laten zien wie er de baas is
b) negeer je zijn gedrag in de hoop dat het schreeuwen stopt
c) ga je op zoek naar overheidsadvies
d) zoek je advies in een boek over opvoeding
Pedagoeroes
Steeds meer ouders gaan voor optie d. De afdeling opvoeding in de boekenwinkels blijft zich uitbreiden en de planken buigen en kraken onder het gewicht van de nieuwste pedagogische handleidingen. Moeten ouders zich vastklampen aan het leger van zogenaamde hedendaagse opvoedgoeroes? De manier waarop ouders hun kind opvoeden is een hot item en de media spelen hier maar al te graag op in. Ouders blijken een vruchtbare markt te vormen. Waar het beroemde boek van Dokter Spock in de jaren '50 de enige opvoedbijbel was, domineren vele verschillende opvoedhandboeken nu de best-seller lijsten.
Pedagogisch pessimisme
Volgens Frank Furedi, socioloog en schrijver van het boek Paranoid Parenting, is de opvoedadviesindustrie de laatste jaren enorm gegroeid. Opvoedingsondersteuning is een cultureel fenomeen geworden, iets waar geen ouder nog zonder kan. Elk aspect van de opvoeding kan op de een of andere manier als een probleem gedefinieerd worden en bij elk van die problemen is er wel een zogenaamde opvoedexpert die raad weet. Furedi denkt dat de opvoedadviesindustrie in plaats van goed ingelezen, zelfverzekerde ouders juist verwarde ouders creëert die onzeker zijn van hun opvoedcompetenties. Er wordt een afhankelijkheid gecreëerd waardoor ouders zich continu afvragen of wat zij doen wel goed is. De opvoedboeken staan niet alleen steeds boller van opvoedvoorwaarden maar geven ook apocalyptische voorspellingen over wat er met een kind kan gebeuren als de ouder zich niet letter voor letter aan het advies houden. Geen wonder dat ouders die hier gevoelig voor zijn gaan denken dat opvoeden reuzemoeilijk is. Is dat nou nodig?
Professionalisering van het gezinsleven
Opvoeden wordt tegenwoordig vaak meer als beproeving dan als geneugte beschouwd, zegt Furedi. De opvoedadviesindustrie laat ons graag denken dat opvoeden moeilijk is en bijna onmogelijk zonder (semi)professionele hulp. De competentie van ouders wordt ondermijnd en dit wordt zo overtuigend gebracht dat sommige ouders hun eigen competenties gaan onderschatten. Er zijn workshops voor ouders die de nadruk leggen op de complicaties die zich in de opvoeding voor kunnen doen. Er wordt aangenomen dat ouders te stom zijn om, bijvoorbeeld, met hun kinderen over seksualiteit te praten zonder hier eerst een opvoedkundig consulent over geraadpleegd te hebben.
Trust yourself; you know more than you think you do (- Benjamin Spock)
Kun je het ook nog gewoon goed doen zonder al deze bemoeienis? Furedi durft zelfs te spreken van 'mind control'. Gebruik je wegwerpluiers? Dan vervuil je de planeet waarop je kind oud moet worden. Geef je je kind appelmoes omdat hij geen groenten lust? Dan ben je toegeeflijk en zal je kind opgroeien als een rebel. Krijgt je kind geen borstvoeding? Dan wordt hij dik en allergisch. De opvoedindustrie maakt ouders liever bang met allerlei studies dan hen aan te moedigen eerst hun eigen gezond verstand te gebruiken. En de vele adviezen spreken elkaar niet zelden tegen. Lees je in het ene blad dat je je zorgen moet maken wanneer je kind veel huilt, de volgende maand staat er in een ander blad dat je je zorgen moet maken wanneer je kind niet huilt. Over het stichten van verwarring gesproken. Natuurlijk hoef je je er niets van aan te trekken, maar daar is zelfvertrouwen voor nodig. Vertrouwen in je eigen opvoedcapaciteiten.
Tikkeltje overdreven?
Gelukkig ontmoet ik in mijn werk genoeg competente ouders met veel zelfvertrouwen. Ook zij vragen zo nu en dan om advies of tips en komen vrijwillig naar oudergesprekken maar dat laatste is voornamelijk omdat ze het leuk vinden om te horen hoe het op de opvang met hun kind gaat, niet omdat ze dringend mijn advies nodig denken te hebben. Ouders blijken, zo is mijn ervaring, over het algemeen wel enige resistentie tegen de opvoedindustrie te kunnen bieden. Wat ouders vooral willen is praktische hulp, zoals gesubsidieerde vormen van kinderopvang en flexibele werktijden. Geen ongevraagd advies.
Supernanny tot uw dienst!
Het opvoedadvies stopt niet bij de vele boeken vol pedagogische do's en don't's, ook de televisiemaker wil graag een steentje bijdragen. Aan de meerkeuzevraag kan zodoende een keuzemogelijkheid toegevoegd worden:
e) bel je Supernanny
De internationale opvoedobsessie Jo Frost, ook wel de moderne Mary (Scary?) Poppins genoemd, is een van de bekendste tv-nannies die laat zien dat ouders dringend hulp nodig hebben. Als 34-jarige kinderloze kinderjuf met 15 jaar ervaring, begon Jo-jo haar carriere als Supernanny en werd daarmee wereldberoemd. Het programma wordt in 45 landen uitgezonden. Er zijn Supernannyboeken uitgegeven, er is een Supernannymagazine en een Supernannywebsite: b4ugo-ga-ga dot com. Supernanny móet wel geweldig zijn. Of heeft het te maken met de macht en kracht van televisie? Supernanny's naughty step is momenteel waarschijnlijk bekender onder ouders dan welke pedagogische theorie ook. Het trappetje is zelfs te koop bij Toys'r'us.
That behavior is unasseptable!
Wat voor de opvoedboeken geldt, geldt ook voor Supernanny, zegt Furedi. Zij ondermijnt de autonomie van de ouders, brengt ouders in twijfel over hun opvoedvaardigheid en schildert hen af als incompetente idioten. We zien een huis vol kleine duiveltjes die de boel op stelten zetten en een paar wanhopige ouders. Dan komt Supernanny die de ouders een vast setje opvoedtechnieken voordoet om te laten zien hoe je de losgeslagen kinderen kunt temmen. De technieken werken totdat Supernanny het gezin verlaat of de ouders hun motivatie verliezen. Supernanny komt terug, vertelt de ouders wat ze verkeerd doen, herhaalt de technieken en aan het eind van het programma zijn de ettertjes in engeltjes veranderd en de ouders vertellen met tranen in hun ogen hoe dankbaar ze zijn. Supernanny's taak zit erop en gaat door naar het volgende niet functionerende gezin.
Gezond verstand
Jo-jo weigert haar aanpak als een filosofie te zien, wat zij doet is puur intuïtief. Ze heeft nog nooit een boek van of over een beroemde pedagoog aangeraakt en gebruikt 'common sense, just obvious, sensible common sense'. Maar, zo vragen de critici zich af, stellen dat een volwassene het recht heeft een peuter sorry te horen zeggen is toch geen common sense? En als een peuter dondersgoed weet dat een verontschuldiging dé manier is om van die naughty step af te komen, hoe weet je dan of zijn excuus oprecht gemeend is en of hij begrepen heeft waarom hij nu precies sorry moest zeggen? Jo-jo vindt dit maar moeilijke vragen. Het is haar overtuiging dat een zichzelf respecterende ouder niet over zich heen moet laten lopen door een kind en vindt de naughty step techniek geschikt en effectief. Als dat indruist tegen wat belangrijke pedagogen zeggen, 'so be it'. Keer op keer is de diagnose dat kinderen geen respect tonen en in het morele universum van Supernanny doen kinderen stout omdat ouders hen hiertoe gelegenheid geven en de kids ermee weg komen. Jo-jo's manier van opvoeden heeft wel wat weg van het bakken van een appeltaart: je hoeft alleen maar strikt het recept te volgen om een bevredigend resultaat te krijgen. Wat ik wil zeggen is dat ouders hiermee wellicht een overgesimplificeerd beeld van opvoeding voorgeschoteld krijgen en moet Supernanny misschien zelf eens op de naughty step gezet worden om hier bij stil te staan.
Opvoedtelevisie: leerzaam of lachwekkend?
Wat moeten ouders naar aanleiding van dit soort opvoedprogramma's denken? Dat veel ouders niet in staat zijn hun kind fatsoenlijk op te voeden? Dat kinderen, zoals een van mijn vriendinnen regelmatig gekscherend naar hen verwijst, kleine monsters zijn? Dat programmamakers slim inspelen op het verlangen van de kijker naar sensationele televisie en Schadenfreude door extreme gevallen uit te kiezen? Dat programma's als Supernanny kijkers trekt staat vast. Er is de afgelopen jaren dan ook een ware 'tsunanny', zoals Daphne Dekkers het in haar meest recente boek Pedagoochelen treffend noemt, ontstaan. We hebben Eerste Hulp Bij Opvoeden, De Opvoedpolitie, Een Huis Vol Kleine Ettertjes, Opvoeden&Zo, Bij Ons Thuis, Schatjes, Van Etter Tot Engel en zelfs een heuse Babyfluisteraar. Van ouders die televisie kijken, kijkt bijna 60% naar opvoedprogramma's. Ongeveer de helft hiervan zegt de tips en adviezen die gegeven worden bruikbaar te vinden. Natuurlijk willen de makers ons laten geloven dat deze programma's nuttig zijn of zelfs educatief en Supernanny kraamt zeker niet alleen maar onzin uit, maar vergeet niet dat ze in de eerste plaats een grote amusementswaarde hebben en dat algemene adviezen niet zonder meer succesvol toepasbaar zijn op specifieke situaties waarin het ongewenste gedrag van een kind vaak slechts één aspect is van een groter 'problematisch' geheel.
a) geef je hem een dreun om hem te laten zien wie er de baas is
b) negeer je zijn gedrag in de hoop dat het schreeuwen stopt
c) ga je op zoek naar overheidsadvies
d) zoek je advies in een boek over opvoeding
Pedagoeroes
Steeds meer ouders gaan voor optie d. De afdeling opvoeding in de boekenwinkels blijft zich uitbreiden en de planken buigen en kraken onder het gewicht van de nieuwste pedagogische handleidingen. Moeten ouders zich vastklampen aan het leger van zogenaamde hedendaagse opvoedgoeroes? De manier waarop ouders hun kind opvoeden is een hot item en de media spelen hier maar al te graag op in. Ouders blijken een vruchtbare markt te vormen. Waar het beroemde boek van Dokter Spock in de jaren '50 de enige opvoedbijbel was, domineren vele verschillende opvoedhandboeken nu de best-seller lijsten.
Pedagogisch pessimisme
Volgens Frank Furedi, socioloog en schrijver van het boek Paranoid Parenting, is de opvoedadviesindustrie de laatste jaren enorm gegroeid. Opvoedingsondersteuning is een cultureel fenomeen geworden, iets waar geen ouder nog zonder kan. Elk aspect van de opvoeding kan op de een of andere manier als een probleem gedefinieerd worden en bij elk van die problemen is er wel een zogenaamde opvoedexpert die raad weet. Furedi denkt dat de opvoedadviesindustrie in plaats van goed ingelezen, zelfverzekerde ouders juist verwarde ouders creëert die onzeker zijn van hun opvoedcompetenties. Er wordt een afhankelijkheid gecreëerd waardoor ouders zich continu afvragen of wat zij doen wel goed is. De opvoedboeken staan niet alleen steeds boller van opvoedvoorwaarden maar geven ook apocalyptische voorspellingen over wat er met een kind kan gebeuren als de ouder zich niet letter voor letter aan het advies houden. Geen wonder dat ouders die hier gevoelig voor zijn gaan denken dat opvoeden reuzemoeilijk is. Is dat nou nodig?
Professionalisering van het gezinsleven
Opvoeden wordt tegenwoordig vaak meer als beproeving dan als geneugte beschouwd, zegt Furedi. De opvoedadviesindustrie laat ons graag denken dat opvoeden moeilijk is en bijna onmogelijk zonder (semi)professionele hulp. De competentie van ouders wordt ondermijnd en dit wordt zo overtuigend gebracht dat sommige ouders hun eigen competenties gaan onderschatten. Er zijn workshops voor ouders die de nadruk leggen op de complicaties die zich in de opvoeding voor kunnen doen. Er wordt aangenomen dat ouders te stom zijn om, bijvoorbeeld, met hun kinderen over seksualiteit te praten zonder hier eerst een opvoedkundig consulent over geraadpleegd te hebben.
Trust yourself; you know more than you think you do (- Benjamin Spock)
Kun je het ook nog gewoon goed doen zonder al deze bemoeienis? Furedi durft zelfs te spreken van 'mind control'. Gebruik je wegwerpluiers? Dan vervuil je de planeet waarop je kind oud moet worden. Geef je je kind appelmoes omdat hij geen groenten lust? Dan ben je toegeeflijk en zal je kind opgroeien als een rebel. Krijgt je kind geen borstvoeding? Dan wordt hij dik en allergisch. De opvoedindustrie maakt ouders liever bang met allerlei studies dan hen aan te moedigen eerst hun eigen gezond verstand te gebruiken. En de vele adviezen spreken elkaar niet zelden tegen. Lees je in het ene blad dat je je zorgen moet maken wanneer je kind veel huilt, de volgende maand staat er in een ander blad dat je je zorgen moet maken wanneer je kind niet huilt. Over het stichten van verwarring gesproken. Natuurlijk hoef je je er niets van aan te trekken, maar daar is zelfvertrouwen voor nodig. Vertrouwen in je eigen opvoedcapaciteiten.
Tikkeltje overdreven?
Gelukkig ontmoet ik in mijn werk genoeg competente ouders met veel zelfvertrouwen. Ook zij vragen zo nu en dan om advies of tips en komen vrijwillig naar oudergesprekken maar dat laatste is voornamelijk omdat ze het leuk vinden om te horen hoe het op de opvang met hun kind gaat, niet omdat ze dringend mijn advies nodig denken te hebben. Ouders blijken, zo is mijn ervaring, over het algemeen wel enige resistentie tegen de opvoedindustrie te kunnen bieden. Wat ouders vooral willen is praktische hulp, zoals gesubsidieerde vormen van kinderopvang en flexibele werktijden. Geen ongevraagd advies.
Supernanny tot uw dienst!
Het opvoedadvies stopt niet bij de vele boeken vol pedagogische do's en don't's, ook de televisiemaker wil graag een steentje bijdragen. Aan de meerkeuzevraag kan zodoende een keuzemogelijkheid toegevoegd worden:
e) bel je Supernanny
De internationale opvoedobsessie Jo Frost, ook wel de moderne Mary (Scary?) Poppins genoemd, is een van de bekendste tv-nannies die laat zien dat ouders dringend hulp nodig hebben. Als 34-jarige kinderloze kinderjuf met 15 jaar ervaring, begon Jo-jo haar carriere als Supernanny en werd daarmee wereldberoemd. Het programma wordt in 45 landen uitgezonden. Er zijn Supernannyboeken uitgegeven, er is een Supernannymagazine en een Supernannywebsite: b4ugo-ga-ga dot com. Supernanny móet wel geweldig zijn. Of heeft het te maken met de macht en kracht van televisie? Supernanny's naughty step is momenteel waarschijnlijk bekender onder ouders dan welke pedagogische theorie ook. Het trappetje is zelfs te koop bij Toys'r'us.
That behavior is unasseptable!
Wat voor de opvoedboeken geldt, geldt ook voor Supernanny, zegt Furedi. Zij ondermijnt de autonomie van de ouders, brengt ouders in twijfel over hun opvoedvaardigheid en schildert hen af als incompetente idioten. We zien een huis vol kleine duiveltjes die de boel op stelten zetten en een paar wanhopige ouders. Dan komt Supernanny die de ouders een vast setje opvoedtechnieken voordoet om te laten zien hoe je de losgeslagen kinderen kunt temmen. De technieken werken totdat Supernanny het gezin verlaat of de ouders hun motivatie verliezen. Supernanny komt terug, vertelt de ouders wat ze verkeerd doen, herhaalt de technieken en aan het eind van het programma zijn de ettertjes in engeltjes veranderd en de ouders vertellen met tranen in hun ogen hoe dankbaar ze zijn. Supernanny's taak zit erop en gaat door naar het volgende niet functionerende gezin.
Gezond verstand
Jo-jo weigert haar aanpak als een filosofie te zien, wat zij doet is puur intuïtief. Ze heeft nog nooit een boek van of over een beroemde pedagoog aangeraakt en gebruikt 'common sense, just obvious, sensible common sense'. Maar, zo vragen de critici zich af, stellen dat een volwassene het recht heeft een peuter sorry te horen zeggen is toch geen common sense? En als een peuter dondersgoed weet dat een verontschuldiging dé manier is om van die naughty step af te komen, hoe weet je dan of zijn excuus oprecht gemeend is en of hij begrepen heeft waarom hij nu precies sorry moest zeggen? Jo-jo vindt dit maar moeilijke vragen. Het is haar overtuiging dat een zichzelf respecterende ouder niet over zich heen moet laten lopen door een kind en vindt de naughty step techniek geschikt en effectief. Als dat indruist tegen wat belangrijke pedagogen zeggen, 'so be it'. Keer op keer is de diagnose dat kinderen geen respect tonen en in het morele universum van Supernanny doen kinderen stout omdat ouders hen hiertoe gelegenheid geven en de kids ermee weg komen. Jo-jo's manier van opvoeden heeft wel wat weg van het bakken van een appeltaart: je hoeft alleen maar strikt het recept te volgen om een bevredigend resultaat te krijgen. Wat ik wil zeggen is dat ouders hiermee wellicht een overgesimplificeerd beeld van opvoeding voorgeschoteld krijgen en moet Supernanny misschien zelf eens op de naughty step gezet worden om hier bij stil te staan.
Opvoedtelevisie: leerzaam of lachwekkend?
Wat moeten ouders naar aanleiding van dit soort opvoedprogramma's denken? Dat veel ouders niet in staat zijn hun kind fatsoenlijk op te voeden? Dat kinderen, zoals een van mijn vriendinnen regelmatig gekscherend naar hen verwijst, kleine monsters zijn? Dat programmamakers slim inspelen op het verlangen van de kijker naar sensationele televisie en Schadenfreude door extreme gevallen uit te kiezen? Dat programma's als Supernanny kijkers trekt staat vast. Er is de afgelopen jaren dan ook een ware 'tsunanny', zoals Daphne Dekkers het in haar meest recente boek Pedagoochelen treffend noemt, ontstaan. We hebben Eerste Hulp Bij Opvoeden, De Opvoedpolitie, Een Huis Vol Kleine Ettertjes, Opvoeden&Zo, Bij Ons Thuis, Schatjes, Van Etter Tot Engel en zelfs een heuse Babyfluisteraar. Van ouders die televisie kijken, kijkt bijna 60% naar opvoedprogramma's. Ongeveer de helft hiervan zegt de tips en adviezen die gegeven worden bruikbaar te vinden. Natuurlijk willen de makers ons laten geloven dat deze programma's nuttig zijn of zelfs educatief en Supernanny kraamt zeker niet alleen maar onzin uit, maar vergeet niet dat ze in de eerste plaats een grote amusementswaarde hebben en dat algemene adviezen niet zonder meer succesvol toepasbaar zijn op specifieke situaties waarin het ongewenste gedrag van een kind vaak slechts één aspect is van een groter 'problematisch' geheel.
dinsdag 13 mei 2008
Paalzitten in het panbos
Naar het bos met de kinderen is altijd een feest, behalve als de bijdehandjes massaal een wandelstaking inluiden... Leverde echter wel een mooi plaatje op :-)
Klauteren in bomen en op de Atlantikwall
Hertjes voeren en evenwichtparcours
Schommelen in de speelweide en de buikspieren trainen
Van klimmen krijgen ze nooit genoeg!
dinsdag 6 mei 2008
Fikkie stoken
Een spannende dag voor de BSO-kids want vandaag gingen we vuur maken. Eerst hielden we een kringgesprek over hoe vuur ontdekt is en wat je nodig hebt om vuur te krijgen. Een aantal knullen beweerden dat ze door wrijving vuur konden maken, sneden een scherpe punt aan een tak en begonnen deze ijverig in een blok hout heen en weer te draaien. Helaas zonder resultaat. Nadat alle voorzorgsmaatregelen in het kader van de veiligheid getroffen waren en de kinderen duidelijke instructies hadden gekregen, konden we aan de slag. We maakten één vuur in de vuurkorf en een kampvuurtje in het zand.
Toen de vuurtjes eenmaal brandden, was het tijd om de marshmallows en het brooddeeg te halen. De marshmallows werden aan stokjes geprikt en het deeg werd om stokken heen gewikkeld om heus stokbrood te bakken. Sommige kinderen wilden gewoon lekker bij het vuur zitten en de grotere kinderen vertelden sterke verhalen rond de vuurkorf. Het was een hele gezellige middag! Was ik toch maar blij dat ik vroeger mijn kampvuurinsigne gehaald heb :-)
Toen de vuurtjes eenmaal brandden, was het tijd om de marshmallows en het brooddeeg te halen. De marshmallows werden aan stokjes geprikt en het deeg werd om stokken heen gewikkeld om heus stokbrood te bakken. Sommige kinderen wilden gewoon lekker bij het vuur zitten en de grotere kinderen vertelden sterke verhalen rond de vuurkorf. Het was een hele gezellige middag! Was ik toch maar blij dat ik vroeger mijn kampvuurinsigne gehaald heb :-)
woensdag 30 april 2008
Zintuiglijke ontwikkeling bij baby's
Steeds een ervaring rijker
Wanneer een baby geboren wordt, is zijn zenuwstelsel nog niet volledig gerijpt. De ontwikkeling ervan wordt
gestimuleerd door prikkels die vanuit het lichaam of uit de omgeving komen. De binnengekomen informatie gaat naar de hersenen en wordt in het geheugen opgeslagen. In dit proces leert het kindje verschillende prikkels (bijvoorbeeld zacht, rond, koud, luid, zoet, fel) te onderscheiden. Het proces van verbanden
leggen tussen wat je ziet, hoort, proeft, voelt en ruikt, wordt sensorische integratie genoemd. Door zintuiglijke ervaringen leert het kind stukje bij beetje zijn eigen lichaam en de wereld om zich heen te begrijpen. Het
zintuiglijk leren gaat vooraf aan het cognitieve leren, een kind moet eerst leren ‘grijpen’ voordat het leert ‘begrijpen’. Spel dat gericht is op het stimuleren van de zintuigen heet sensopatisch spel. We kennen allemaal de zintuigen huid, ogen, oren, neus, mond en tong maar wist je dat de evenwichtsorganen en proprioceptische sensoren (hoe een lichaam zich tot de omgeving verhoudt of hoe een lichaamsdeel zich tot de rest van het lijf
verhoudt) ook zintuigen zijn? Welke rol spelen de zintuigen voor een baby en hoe kun je deze als leidster op een speelse manier aanspreken om zo de ontwikkeling ervan te stimuleren?
De tastzin
Het eerste tasten gebeurt met de mond, zo verkent een baby zijn lijf en omgeving en leert hij onderscheid maken tussen hard/zacht, warm/koud, ruw/glad, enzovoorts. Door de baby overdag een speen in
de mond te stoppen, ontneem je hem de mogelijkheid op deze manier de wereld te ontdekken. Vanaf zes maanden vormen de handjes het belangrijkste tastzintuig. Je kunt het kind al voelend allerlei contrasten laten ervaren zoals zand en water, een warme en een koude kruik of pittenzak, een glad en een ruw stuk
textiel, een harde en een zachte ondergrond. Ook aaien, kriebelen, masseren, zachtjes blazen en knuffelen spreken de tastzin aan.
Het gehoor
Jonge kinderen horen hoge tonen het beste. Het is niet voor niets dat we intuïtief op een hoge toon tegen baby’s praten. Dit praten is belangrijk voor de ontwikkeling van het gehoor en tegelijkertijd neemt de baby de klanken en het ritme van de taal in zich op waardoor hij na een half jaar al een voorkeur ontwikkelt voor zijn moedertaal, al begrijpt hij nog niet wat je zegt. Vertel steeds wat je gaat doen zodat het kindje zich op
je stemgeluid leert focussen. Zing liedjes voor de baby of laat muziek horen. Maak allerlei geluiden (klappen, klakken met je tong, trommelen, fluiten) of laat hem spelen met materiaal dat rammelt, kraakt of piept. Lees boekjes voor en maak hierbij veel gebruik van intonatie en verschillende stemmetjes. Door met specifieke geluiden de aandacht te trekken, leert de baby gericht luisteren.
Het zicht
Baby’s zijn gefascineerd door gezichten en als leidster kun je hier eindeloos mee spelen, door gekke bekken te trekken of samen in de spiegel te kijken. Rood is de eerste kleur die een baby ziet, later trekken alle felle kleuren de aandacht, daarom zijn bijvoorbeeld gekleurde blokken aantrekkelijker dan houten. Ook glimmende en lichtgevende materialen of speelgoed met sterk contrasterende kleuren trekken de visuele aandacht van het
kind. Iets oudere kinderen vinden het heel leuk om foto’s of prentenboeken te bekijken. Daarnaast vinden jonge kinderen bewegende objecten interessant, zoals mobiles, bellen uit de bellenblaas, dartelende vlinders, rijdende treintjes, windmolentjes, handpoppen, een discobal, bubbelbuis of vloeistofprojector. Houd er rekening mee dat pasgeborenen niet verder zien dan 20 á 30 centimeter en nog niet goed kunnen focussen. Vanaf een maand of vier ziet de baby behalve vorm en contrast ook details en na een half jaar kan hij signalen uit beide ogen combineren en diepte zien.
De smaak- en reukzin
Al in de baarmoeder kan een baby de smaakverschillen in het vruchtwater proeven en vanaf dat moment begint hij voorkeuren voor bepaalde smaken te ontwikkelen. We onderscheiden vier basissmaken:
zoet, zout, zuur en bitter. Alle andere smaakgewaarwordingen hangen sterk samen met de reuk. De reuk is belangrijk voor het veilige gevoel van een baby omdat hij op die manier feilloos de geur van zijn moeder of zijn eigen knuffel kan onderscheiden van andere, vreemde geuren. De eerste geur die een pasgeboren baby
zich gewaar wordt, is dan ook die van zijn moeder en de eerste smaak waarmee hij te maken krijgt is de moedermelk, die van nature zoet is. Bij het stimuleren van de smaakontwikkeling zijn fruithapjes vaak favoriet vanwege de zoete smaak. De voorliefde voor zoetigheid is biologisch bepaald: in de natuur zijn zure en bittere smaken vaak giftig. Laat het kind langzaam kennis maken met verschillende smaken door er regelmatig mee te variëren. Duw een nieuwe smaak niet meteen met een hele hap in de mond van de baby maar smeer
bijvoorbeeld eerst iets op zijn lippen zodat hij aan de smaak kan wennen.
Het vestibulair systeem
Dit zijn de zintuigen in spieren en gewrichten die het stand-, evenwicht- en bewegingsgevoel registreren. Alle bewegingen van baby’s beginnen met het hoofd. Door de baby in allerlei houdingen vast te houden, kan hij zijn hoofdbalans oefenen. Neem de baby bijvoorbeeld zittend op schoot en beweeg hem zachtjes op en neer of heen en weer. Dit is nog leuker wanneer je liedjes zingt die bij de bewegingen passen. Wat oudere kindjes kun
je verschil in hoogte laten ervaren door te schommelen, rond te zwieren, met hem te dansen of de baby hoog in de lucht tillen en weer omlaag.
(verschenen in B4news)
maandag 28 april 2008
BSO Survive it!
donderdag 3 april 2008
Bijdehandjes
Ik: "Zeg, wil jij wel eens even opletten bij het oversteken?"
Kleuter: "Zeg, wil jij soms 'es in de pak-slaag-masjien?"
~
"Dit is helemaal geen leuke sneeuw, deze doet pijn!" (het hagelde)
~
S: "Ik kan al heel ver tellen."
Ik: "Oja? Tot welk getal kun jij tellen dan?"
S: "Tienhonderd. Of eigenlijk ontelbaar."
Ik: "Zo, dat is ver!"
S: "Maar ik kan eigenlijk nog verder tellen."
Ik: "Verder dan ontelbaar?"
S: "Ja maar ik weet niet hoe dat heet."
Ik: "Is er iemand die dat wel weet?"
F: "Ja! Ikke!"
Ik: "Ga je gang."
F: "Ontelbaar-en-één, ontelbaar-en-twee, ontelbaar-en-drie. Makkie!"
Kleuter: "Zeg, wil jij soms 'es in de pak-slaag-masjien?"
~
"Dit is helemaal geen leuke sneeuw, deze doet pijn!" (het hagelde)
~
S: "Ik kan al heel ver tellen."
Ik: "Oja? Tot welk getal kun jij tellen dan?"
S: "Tienhonderd. Of eigenlijk ontelbaar."
Ik: "Zo, dat is ver!"
S: "Maar ik kan eigenlijk nog verder tellen."
Ik: "Verder dan ontelbaar?"
S: "Ja maar ik weet niet hoe dat heet."
Ik: "Is er iemand die dat wel weet?"
F: "Ja! Ikke!"
Ik: "Ga je gang."
F: "Ontelbaar-en-één, ontelbaar-en-twee, ontelbaar-en-drie. Makkie!"
Abonneren op:
Posts (Atom)